En dan heb ik in drie dagen zomaar drie keer stevig gesport. Misschien om een beach body te krijgen, voor Barcelona, maar dat concept heb ik jaren geleden al verlaten. Ik moet het doen met wat ik heb: wel fit, maar door de jaren toch wat verstevigd. Heeft vast te maken met het heerlijke eten van Roos.

Van collega Sipke kreeg ik goede tips die me om Gaudi heen leiden. Ik heb weinig op met zijn architectuur, maar Roos wil na jaren van ervoor staan de Sagrada Familia eindelijk vanbinnen zien. Hoor ik die naam dan denk ik steevast aan het album Gaudi dat The Alan Parsons Project in 1987 afleverde. Mijn eerste cd ooit.

Ik zou zo introspectief willen zijn als vriend Ton, die in zijn blog elke dag verslag doet van zijn staat van zijn. Misschien zit ik niet zo in elkaar en overdenk ik te weinig en misschien wil ik gewoon niet weten waar ik in dit leven sta. En dan ben je 53 jaar oud. Maar hee, wel fit.

Taken te doen: een lijst samenstellen van musea die we komende week moeten bezoeken. Controleren of ik nog een zomerbroek heb. Er gaat veel in de kledingzak.

Hannekes Boom was te druk (toeristen hebben het ontdekt) zodat we uitweken naar het terras bij Pension Homeland, wat erg lekker was, zo in de zon, met een speltbiertje uit eigen brouwerij. En ach, zet er nog maar één bij en een portie bitterballen. Ik had het verdiend, vond ik, na een bescheiden fietstocht. En Roos verdient het altijd.

Thuis lag er een pakketje klaar, uit Frankrijk, met de in Amerika gedrukte bundel van Ton van ’t Hof. Later die dag blogde hij dat zijn vader die dag is overleden. Ook een man uit 1933, zoals mijn vader, die nog steeds door het leven rolt; hoewel fragiel. Ik dacht toen aan de dood en vond deze woorden van John Asbery.

Bloeiende dood

Alvast vooruit, beginnend vanuit het hoge noorden, dwaalt het af.
Zijn radijs-sterke benzinedampen zijn waarschijnlijk vergrendeld
in je neusholtes terwijl je weg was.
Je zult het moeten afleveren.
De bloemen leven ​​op de rand van de adem, losjes,
Daar neergelegd.
Het ene onderbreekt het ander,
Of dat er een symmetrie in hun bewegingen zal zijn
Waarmee ieder ook een individu is.

Maar het is hun collectieve leegheid
die een idee verraadt van iets dat niet vernietigd mag worden.
En hierin, door hoeveel feiten we ook zijn gevallen
glinstert daar toch de oude gevel,
Een luchtspiegeling, maar permanent. Eerst moeten we het idee misleiden
naar het bestaan, om het dan te ontmantelen,
De stukken op de wind verstrooien,
Zodat oude vreugde, bescheiden als taart, als wijn en vriendschap
uiteindelijk bij ons zal blijven, gesteund door de nacht
Wiens kunstgreep het zijn uiteindelijke betekenis gaf.

Het origineel

Flowering Death

Ahead, starting from the far north , it wanders.
Its radish-strong gasoline fumes have probably been
Locked into your sinuses while you were away.
You will have to deliver it.
The flowers exist on the edge of breath, loose,
Having been laid there.
One gives pause to the other,
Or there will be a symmetry about their movements
Through which each is also an individual.

It is their collective blankness, however,
That betrays a notion of a thing not to be destroyed.
In this, how many facts we have fallen through
And still the old facade glimmers there,
A mirage, but permanent. We must first trick the idea
Into being, then dismantle it,
Scattering the pieces on the wind,
So that the old joy, modest as cake, as wine and friendship
Will stay with us at the last, backed by the night
Whose ruse gave it our final meaning.

Nieuw verschenen heet de rubriek in het poëzietijdschrift Awater. Mijn nieuwste is net verschenen, dus vermelding in die rubriek leek me passend. Het is een kleine rubriek, met de naam van de bundel, auteur, uitgeverij en verschijningsdatum. Heel veel heeft het niet omhanden. Maar eigen beheer past niet, antwoordde de bureauredacteur, want dan zou de lijst te lang worden. Feitelijk klopt de rubrieksnaam dan niet, zou dan Nieuw verschenen bij erkende uitgeverijen moeten heten, maar ik ben redacteur genoeg om te snappen dat dat niet bekt. Ook weet ik dat het commercieel niet interessant is voor de uitgeverijen die Awater wel voeden om ook eigenbeheerproducties te brengen. Maar dacht ik later, waarom niet? Waarom geen volledige lijst van alle poëzie die die maand is verschenen? Het is extra kopij en dus gemakkelijk voor de redactie. En je laat zien wat er nog meer gebeurt op poëziegebied, zodat je het volgende iets beter kunt claimen:

In poëzietijdschrift Awater – het grootste literaire tijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en recensies over poëzie.

Het grootste literaire tijdschrift brengt dus niet al het nieuws over poëzie. Redacties maken keuzes, prima, maar wees opener over die keuzes. Of maak bijvoorbeeld elke maand een minirecensie over een bundel die niet bij de bekende uitgeverijen uitkomt. En dan kun je er met alle bureauredacteuren smalend om lachen, het afbranden voor mijn part, maar je geeft dan meer dichters een podium dan alleen de eigen clan. (Dit probleem stelt Ton van ’t Hof overigens al jaren aan de kaak.)

Het spook van de subsidie waarde door ons vriendengesprek. Ton is mordicus tegen elke subsidiëring van romanschrijvers of dichters en wil dat systeem direct afschaffen. Gert ziet er weinig kwaad in, want het subsidiebedrag is niet hoog en vormt vaak het enige inkomen van een dichter. En met die standpunten gingen we dan lekker in de weer. Ook ik ben geen voorstander van subsidies. Zo er kunstenaars of schrijvers gestimuleerd moeten worden voor nieuw belangrijk werk, dan liever jonge talenten en niet zoals nu de gevestigde namen. Of gebruik dat geld om de poëzie digitaal te ontsluiten, stelde Ton voor. Want je kunt nu maar een handjevol bundels online raadplegen.

We bespraken bundels die we nog niet volledig lazen, bespraken het gebrek aan roddels in de scene waartoe we niet meer behoren, dronken cognac (ik sta een maandje droog), vonden evenmin als Ron Silliman een nieuwe stroming in de poëzie, dachten aan de landen, continenten zelfs, waar we in dit leven zeker niet meer komen, over waar we na het pensioen kunnen wonen, bespraken persoonlijke dingen, de ouderdom van anderen, films te zien en aten een flauwe hap bij Nam Kee. Het zijn avonden zoals je wilt dat ze zich ontvouwen.

Weer door de griep geveld. Dat is al de derde keer in korte tijd. Ik vermoed deze keer van een collega die verkouden was en voor wie ik (achter haar pc) een paar online vragen beantwoordde. Ik moet toch eens een griepprik halen.

Het scherm van onze Mac gaf afgelopen donderdag de geest, waardoor het tot nu duurde voor ik kon bloggen. Zoals over een teamdag, met een ochtendprogramma over je eigen baan bouwen. Prima sessie, hoewel ik wat moeite heb met steeds alles terugbrengen tot Post-its, die je weer moet terugbrengen tot een paar trefwoorden. Het past zelden bij de complexiteit van ons team, of beter gezegd, de complexiteit om ons heen. De middag deden we ouderwets bordspelletjes, wat ouderwets leuk was. Er werd veel gelachen. Toen ik bij het spel 30 seconds het woord genie moest omschrijven en ik op mijzelf wees, kwam de groep unaniem op het woord clown.

Vanochtend las ik de bijlage van de NRC over vlees eten. Roos en ik doen ons best om minder vlees te eten en vinden voldoende lekkere alternatieven, maar dat we flexitariër zijn, lijkt niet genoeg. Als je lijf je lief is, volstaat alleen de nullijn. Nu hecht ik wel aan gezondheid, omdat het na mijn ziekte verstandiger is om verstandig te leven. De krant schrijft dat volgens het International Agency for Research on Cancer elke 50 gram worst de kans op kanker verhoogt met 18 procent. En iedere 100 gram rood vlees een stijging van 17 procent oplevert. En dan hebben we het alleen over vlees, nog niet over andere kankerverwekkende stoffen in ons eten en om ons heen.

Ik zei laatst tegen Roos dat ik alleen op Rhodos een week lang zonder zakdoeken deed. Misschien is een gezonder klimaat de stap vooruit, een woning aan zee, in de bossen of op het platteland. Voor vriend Ton die naar Friesland verhuisde lijkt het te werken.

194_Arabidopsis_thaliana,_Turritis_glabraHet hoge woord is eruit: planten worden niet graag aangeraakt. Experimenten met Arabidopsis thaliana (ook wel bekend als zandraket) wijzen uit dat zelfs de lichtste aanrakingen – ook door wind – al een enorme impact hebben op een plant. ‘Dertig minuten na de aanraking verandert zo’n tien procent van het genoom van de plant. Dat kost enorm veel energie en dat gaat ten koste van de groei van de plant. Als de plant herhaaldelijk wordt aangeraakt, kan de groei van de plant tot wel dertig procent afnemen’, aldus een onderzoeker. Maar als wind voor verandering zorgt, wat gebeurt er dan als het stormt. En wat voelen planten die we bij de steel afsnijden voor consumptie? Dan is elke kweekkas een killing field!

Ik kwam er op door Ton van ’t Hof, die in zijn reeks Spetterend Vers ruimte geeft aan het natuurvers. Ik dacht: zou John Ashbery ook dergelijke poëzie gemaakt hebben? Ik vond het gedicht Some Trees, wat in dit geval geen – bij Ashbery eigenlijk nooit – klassieke, anekdotische natuurpoëzie oplevert. Ik probeerde het als volgt te vertalen:

Sommige bomen

Deze zijn geweldig: elk
Verenigt zich met een buur, alsof praten
Een verstild optreden is
Bij toeval geregeld

Om zover als deze ochtend te ontmoeten
Van een wereld die ermee akkoord
Gaat, jij en ik
Zijn opeens wat de bomen proberen

Die ons vertellen dat we zijn:
Dat zij louter bestaan
Betekent iets; dat we binnenkort
Mogen aanraken, liefhebben, uitleggen.

Blij dat we het niet uitvonden
Deze lieflijkheid die ons omringt:
Een stilte die al vol geluiden is,
Een doek waarop een glimlach

Tevoorschijn komt, een winterochtend.
Geplaatst in een raadselachtig licht, in beweging,
Onze dagen zijn zo terughoudend
Deze accenten lijken hun eigen verdediging.

Het origineel

Some Trees

These are amazing: each
Joining a neighbor, as though speech
Were a still performance.
Arranging by chance

To meet as far this morning
From the world as agreeing
With it, you and I
Are suddenly what the trees try

To tell us we are:
That their merely being there
Means something; that soon
We may touch, love, explain.

And glad not to have invented
Such comeliness, we are surrounded:
A silence already filled with noises,
A canvas on which emerges

A chorus of smiles, a winter morning.
Placed in a puzzling light, and moving,
Our days put on such reticence
These accents seem their own defense.

Allerzielen

Door de herinneringen van Facebook vond ik dit oude bericht, dat ik nog eens plaats omdat het gisteren 2 november was, Allerzielen.

Veel te doen over de dood de laatste tijd. Er was een stille tocht voor een hond die was doodgeschoten en de EO presenteerde Dood voor Beginners. Verder lees ik in de krant dat dood zijn tegenwoordig een heel andere betekenis heeft dan vroeger. Hoe ver ik terug moet voor die ommekeer wordt niet duidelijk. Ook lees ik dat er bedrijven zijn die na je overlijden uit jouw naam tweets versturen. Zou dat ook met gedichten kunnen? Ik beland nog bij @WaardigSterven die Dam tot Damlopers voorziet van de slogan ‘Omdat ik zelf wil bepalen wanneer ik finish.’ Of ik dat grappig vind is niet aan de orde. Wel de vraag of ik voordeel heb van mijn eigen traagheid. En hoe vriend Ton daarmee omgaat. Die op zijn blog schreef:

De werelden waar de poëzie op placht te reageren, worden steeds sneller door andere, nieuwere werelden vervangen.

Over mijn vader ben ik niet optimistisch. Ik vond hem verward en hij lijkt dingen steeds sneller te vergeten. Ik vertelde hem dat Roos en ik het volgende weekend weg zijn en dat we dus niet bij zijn verjaardag kunnen zijn, die hij per se in zijn oude huis wil vieren. Bij mijn vertrek wist hij dat niet meer. Ik vroeg hem ook wat hij van zijn situatie vond, hoe het met hem gaat, maar kreeg het verdrietige antwoord, dat hij er op deze manier niets meer aan vindt.

De kitter is zojuist geweest en dat is klaar. Nu is de loodgieter bezig met de laatste klus (de meubelladen) en de deur moet passend worden gemaakt. Vanavond kunnen we douchen.