Een wapenspreuk zoals Nederland die (sinds 1815) heeft met Je maintiendrai (Ik zal handhaven) hebben ze in Oostenrijk niet meer, zei zwager Theo, die met zijn twee dochters kwam dineren. In de dagen van de Habsburgers kon het volk zich wel scharen achter zo’n spreuk, althans, achter de klinkercombinatie a.e.i.o.u., die de Habsburgse keizer Frederik (1415-1493) op veel gebouwen liet aanbrengen. De exacte betekenis is niet bekend, maar gisteren kozen we voor de optie Austriae est imperare orbi universo, ofwel het is aan Oostenrijk de wereld te beheersen.

Oostenrijk is het hart van Europa, meer dan Duitsland. En omdat de wens tot Europese eenwording groter is dan ooit, dachten wij aan Oostenrijk om over ons te heersen. Vriendelijk volk, met conservatieve trekken, wat in ons tijdsgewricht juist zo geliefd is. En het land is te klein voor sterallures zoals de Britten die hebben, dus onderworpen we Nederland vrijwillig aan het Oostenrijks gezag en noemden we Nederland voortaan Niedergau. Het Nederlands mag blijven bestaan, als de variant Alt Hochdeutsch, wat in zijn moderne vorm Neu Alt Hochdeutsch zou kunnen zijn. België werd Belgau, Frankrijk Frangau en zo brachten we alle landen onder één Europees bewind.

Het idee ontstond na een gesprek over de Duitse Eenwording. Algemeen wordt aangenomen dat het IJzeren Gordijn op 9 november 1989 werd opgetrokken, maar dat gebeurde eerder, namelijk op 11 september, toen Hongarije de grens met Oostenrijk permanent opende. Dat gebeurde weer naar aanleiding van de zogeheten Pan-Europese Picknick, een vredesdemonstratie die op 19 augustus 1989 werd gehouden op de grens tussen Oostenrijk en Hongarije, nabij de stad Sopron. Die dag werd de grens tussen Oost-Europa en West-Europa voor het eerst in jaren drie uur opengesteld. In die tijd vluchtten meer dan zeshonderd DDR-burgers, als toeristen naar Hongarije overgekomen, naar de vrijheid.

O ja, Oostenrijk verandert ook van naam en wordt Supergau.

“Waarom denk jij dat ik een colaverslaafde ben?”
“Hee, kort lontje. Rustig aan man, het is mooi weer.”
Als je wandelt, hoor je grappige dingen.

Gisteren vrienden voor een dineetje ontvangen, reuzegezellig en de alcoholinname viel reuze mee. Wel laat geworden, wat ik heel de zondag meesleepte. Er kwam een koutje bij, maar bodycombat hielp het eruit te zweten. En een tukkie doen (twee keer).

Eerder deze week kregen we het tweede boek van zwager Theo Deutinger: Ultimate Atlas. Een grafische weergave van planeet Aarde. Met bijvoorbeeld het aantal zeecontainers, het tonnage aan scheepswrakken of de uitgaven aan Defensie, waarbij de Verenigde Staten en China verrassend worden gevolgd door Saoedi-Arabië, en daarna pas volgt Rusland. Boeiend materiaal.

UAWith Ultimate Atlas, Theo Deutinger architect, designer and author of the acclaimed Handbook of Tyranny illustrates the basic data of Earth and its inhabitants to create a total portrait of the planet. How can we keep track of everything that happens on the Earth? How can we share this information with its inhabitants, despite their different languages and cultural backgrounds? Expanding on the visions of Buckminster Fuller and Stewart Brand, Ultimate Atlas answers these questions by radically levelling graphic data. Breaking down planet earth into 12 sections, the book gives a page spread to information pertaining to themes like ethnic groups, religions, nuclear warheads, and number of motor vehicles per country. The white pages of the book are divided by vertical black lines, in decreasing percentages from left to right. In this way Ultimate Atlas charts the planet with an impressive simplicity and clarity. The territorial size of Earth’s countries; the planet’s most commonly spoken languages; the places where the most chickens are raised; all this information is lucidly displayed for ready comprehension. Here is truly “planet earth in a book.”

Malek F stak op 5 mei 2018 op straat in Den Haag drie mensen neer. Hij verklaarde dat ’een vogel’ hem had ingefluisterd dat hij mensen moest doden. Ook gelooft hij dat  satanisten hem achtervolgden en zag hij visioenen van ’vrouwen uit de hemel’. Als het niet zo gruwelijk was, zou het sterk proza zijn. Vrijdag na het werk op het terras een pilsje gedronken met mijn schoonvader en Roos. Daar Barend en Annemarie van Silver Portrait Store weer ontmoet; de mensen die Roos en mij zo mooi portretteerden.

Zaterdag weer eens gefietst, naar mijn vader in Purmerend, die er helaas niet was, maar dat is een goed teken, want meestal is ie dan onderweg met de bus voor een toertochtje dat De Rusthoeve een paar keer per maand organiseert. Dat gebeurt de laatste tijd vaker, dat ik wil langsgaan en hij er niet is. Hopelijk kan hij de komende hitteperiode goed aan.

Vandaag gesport, eigenlijk was het te warm, waarna ‘zwager’ Theo Deutinger belde dat ie in de stad is. Hij was deze week gids voor een twaalftal Oostenrijkse architecten die Nederland bezochten, vooral Rotterdam en die afsloten in Amsterdam. Hij bereidt intussen het kunst- en architectuurfestival minus 20 degrees voor, dat volgend jaar in Flachau zijn lustrumjaar beleeft. Wie weet kan ik ook wat inzenden, want poëzie stond als van de weinige kunsten daar nog niet op het programma.

Plots stond ik stil, midden op een steile, zwarte piste. Ik durfde niet meer te draaien, zelfs al zag ik dat de bocht voor mij niet heel moeilijk was, zeker niet voor een ervaren skiër als ik. Ik was inmiddels te ver gedaald om terug te klauteren en de anderen stonden al beneden. Voor advies was ik op mijzelf aangewezen. En dan doe ik stomme dingen, zoals je in het programma The Science of Stupid ziet. Ik besloot namelijk mijn ski’s uit te doen om op mijn bips naar beneden te glijden. Dat lukte aanvankelijk, maar plots niet meer, en ik schoof angstig snel (veel massa natuurlijk) naar het dal. Ik dacht bij elke buckel af te kunnen remmen met mijn benen, maar ging er dwars doorheen. Wonder boven wonder bleef ik ongedeerd. Gelukkig nam een vriendelijke skiër mijn ski’s mee naar beneden. De bravoure van het begin van de week was ik helemaal kwijt. Gisteren, de laatste dag, ging alles weer als vanouds, dus een trauma houd ik er niet van over. Maar skiën was op dat moment niet leuk. Is me nooit overkomen.

Mijn ‘zwager’ Theo Deutinger liet me deze week de opvolger zien van zijn Handbook of Tyranny, namelijk The Ultimate Atlas, waarin hij statistieken over deze planeet en zijn bewoners heel kaal weergeeft; steeds een wit vlak dat kleiner wordt naarmate het kengetal erboven kleiner wordt. Bijvoorbeeld het aantal bomen per werelddeel, het aantal olifanten, of met een knipoog het aantal Gagaoeziërs in de wereld.

In Oostenrijk wordt trouwens bizar veel gerookt, al jaren. In 2008 stond het land zelfs in The Guinness Book of Records met het grootste aandeel rokers ter wereld. Dus rookvrij een hapje eten zat er deze week niet in. Smerige gewoonte.

 

Wohlfühlen

Ik vond het een verbluffend simpel, maar uiterst creatief idee. Je gaat naar een club en neemt alles op wat een (Duitssprekende) DJ tijdens het optreden roept en zegt en filtert muziek en publiek weg. Geluidskunstcollectief Faxen uit Linz noemde het Après Après. De organisatie van de vierde minus20degree Winter Biënnale in Flachau zocht er een passende locatie bij: onder een afgesloten snelweg, waar tussen het beton een repeterende, hypnotiserende voorstelling ontstond.

De organisatie van dit kunstfestival had dit jaar nog gekozen voor een thema, Wellness, maar de lustrumeditie laat de kunst vrij, werd duidelijk tijdens een symposium. Een thema haalt je als kunstenaar uit koers, vond een van de organisatoren. Dan ontwikkel je jarenlang een taal en moet je opeens kunstgrepen toepassen om te voldoen aan een ander idioom. De deelnemers van min20D18 waren minder stellig en vonden een thema wel handig. Later sprak ik de drie heren nog, onder wie ‘zwager’ Theo Deutinger. Ik drukte ze op het hart voor de 2020-versie van min20degree ook aan poëzie en woordkunst te denken. Lastig, want het festival focust op kunst en ruimte (als architectonisch idee).

Verder heb ik vandaag een ISBN aangevraagd voor Hotel Vanilla Sweet. Nu antwoord van een Vlaamse uitgeverij al maanden uitblijft, heb ik besloten de bundel zelf uit te geven. Ontwerpster Saskia van Rossum waagt zich aan een cover. Dit gedicht sprak haar bijzonder aan.

Het geeft me een universeel gevoel
als een Japans meisje een foto van me maakt.
Mijn opbollende biceps springen dan
als een ei tevoorschijn, zacht en plotseling
alsof je even uitblaast.

Het zijn steevast momenten dat ik onhandig
begin te verschijnen, zoals christenen neigen
naar een bergtraditie met klauteren.

Overleef je een transplantatie
in een vreemd land dan neig je
naar kleinigheden zoals je hand observeren.

Ik weet dan ook bijna niets over Japanners
alleen dat ze dode muizen in een sok stoppen
en in een vrieskist leggen en dat ze het woord
wederopbouw vaak gebruiken.