De vrouw viste het kadaver uit een berg
aaide de vacht van de dode vogel en legde
het dier in haar nek. Het deed me twijfelen
aan de gangbare opvattingen over kennis

over historische figuren in een noodlottige situatie
verstrikt, het was absurd hoe dit zich aan ons opdrong
het beeld aan een voorwaarde herinnerde

hoe het knaloranjeroze in een heiige ochtendlucht
hing en dat door deze oranje strepen alles bewoog
een landschap met een soundscape van wellustige
vogelgeluiden en rustig donderende bomexplosies.

Het landschap genereerde een gevoel
van verplaatsing van gedempte beelden
van bombardementen uit de Gazastrook
waar zelfs vogels niet waren vrijgesteld.

We zagen iemand die op zijn borst het woord
kutleven had getatoeëerd, een kortstondige blik
die ons tot zwijgen bracht, meer hoorden we niet.

We zaten nog aan tafel, met uitzicht op een wand
vol foto’s; een roze vogelbadje kabbelde voor ons.
In de bovenste regionen lieten we zuchtjes adem
ontsnappen, doordrongen van gewijzigde verhoudingen.

 

Dit is een eenvoudige boodschap:
maak vaart en vlak voor de ingang
reconstrueer je een dronken nacht
via Snapchat, prevel je frivoliteit

met het volledige leven wat je bood
met iedereen de handen naar de lucht
moet je wikke doeken om je wikkelen.

Ik zag oude mannen met baarden
nat van tranen, mopperende mannen
die zeiden dat ik heel oud zou zijn
voor ik iets zou zien, een uur boven de grond.

Na de beschietingen in de nacht
rende ik naar buiten als een vriend
die een raam openzet, een oorlog
om de nek had alsof het hier was

alsof je verandert in regendruppels
een woord waarover ik het nog wil hebben
als gepoederd vlees, een doorzeefde schaal.

Er waren meer teksten en we speelden
allemaal met een doe-het-zelf gedachte
die we zo goed kennen van de buren
als ze in een bepaalde emotie zitten.

Vanuit het raam zag ik mijn vader lopen
hoorde ik dieren loeien, een wit stuk
dat zich net naast het midden plaatste
niet overweldigend, eerder onvoorzien

het kader was bepaald met dat ene woord
exacte formuleringen stonden open
een mooie vrouw, gelig, droog gras

een zin waarover ik het nog wil hebben
de houding van de mensen is innig, thuis
vond ik een envelop vol briefjes aan mijzelf.
Was er niemand, had ik vaarwel gezegd.

In de eerste hap lucht na mijn coma bloeide
koolzaad, wipten pimpelmezen naar één kant
naar het witte perspectief, het einde van ruimte
en tijd dat je door barsten in de lucht kunt zien

maar de kleuren waren valer, verlegen haast
ik draalde met mijn armen op de rug, een zwarte
viltstift vast. Het is geen systematische observatie.

Het toekomstplan is om een zwarte walnotenboom
te planten, een historisch moment mee te maken
we zien het nog door de natte ramen, het klopt
hoe de lucht nooit te veel ruimte inneemt.

11 april

Op onze laatste dag als kinderen aten we een vlinder
de schaduw ervan, waaruit niets kan ontsnappen.
Het had te maken met modernere eigenschappen
in de schedel met daarin een tekstregel

het zal bij ons nooit vrolijk zijn, we moeten het doen
met een briefing over wat er met ons gebeurt. We volgen
het algoritme en de data die beschikbaar zijn.

Ik schoof een doos tissues naar me toe, een man
die het verschil tussen rechts en links niet kent
die net mocht drinken, dan belde ik iedereen op
en liet ik een voicemail achter, iets dynamisch
waarin je de andere kant van de wereld hoort.