In Toms Ierland vergeleek een econoom de Brexit met het vertrek van Geri Halliwel uit de Spice Girls, die ook dacht het alleen te redden. De Britten overschatten zichzelf al honderden jaren, stelde de econoom. Door het vertrek uit de Europese Unie zijn ze niet langer de dominante partij maar de ontvangende en heeft Duitsland Engeland by the balls. Ierland beleeft een nieuwe bloeiperiode, the Celtic Phoenix (in de jaren 90 nog de Celtic Tiger), maar die komt in zwaar weer. Ierland is erg afhankelijk van de export van landbouwproducten (zestig procent van het vlees gaat naar de overkant) en de grote bedrijven die zich er nu vestigen, zoals Facebook en Google, bieden geen garanties voor de lange termijn. Is het belastingklimaat elders gunstiger, dan zijn ze weg.

Ik heb wat met Ierland, waar ik in 2001 een jaar woonde, in Dublin. Ik werkte toen voor UPS, voor het callcenter. Ook een bedrijf dat op belastingvoordelen uit is.

De laatste weken zat ik mijzelf vreselijk in de weg, door berichten die niet loskwamen of ingrijpend veranderden, wat frustreert. Ook waren er collega’s buiten de dienst die me als inktkoelie zagen, die zelf even bepaalden dat ik een stuk moest schrijven. Maar de omslag is gemaakt, door twee dagen in Den Haag, waar ik lekker heb gewerkt. Ook heb ik concrete plannen voor artikelen in het personeelsblad, waarmee ik in januari begin. Het plan is afdelingen te bezoeken die weinig voor het voetlicht komen, zoals Intake & Service en Arrestantenzorg. Zin in.

In januari moet ik even droogvallen. Het is de laatste maanden te verleidelijk om niet even een glaasje te drinken. Ik heb daardoor een bolle kop en de buik groeit, ook al sport ik twee, vaker drie keer per week. Roos vond trouwens nog twee prachtige musea in Japan. De voorpret groeit en groeit.

Ik lees te weinig poëzie, voor de liefhebber die ik ben. Wel lees ik elk nieuw gedicht van Ton van ’t Hof, die de laatste tijd veel goeds produceert, naast het proza dat hij dan blog noemt. Los van dat kan meer poëzie geen kwaad. Omdat het de zinnen verzet en dat heeft elk mens nodig (en dat hoeft niet per se met poëzie). Voor werk bijvoorbeeld. Ik loop al wat jaren mee en weet hoe dingen kunnen gaan. Dan voorzie ik problemen en waarschuw daarvoor om vervolgens te zien dat het zich precies voltrekt als voorspeld. Alleen heb je er niets aan om gelijk te krijgen. Meebewegen is beter.

Roos heeft het gat in onze Japanse rondreis komend voorjaar gevuld. Naar aanleiding van een NRC-artikel over Odawara Art Foundation van Hiroshi Sugimoto (‘Een paradijs, maar dat besef je juist pas als je weg bent. Dan wordt het een vluchtplaats in je hoofd’, schrijft Hans den Hartog Jager) kwam ze uit bij het Shoji Ueda Museum of Photography, in Houki, waarvan alleen al het gebouw uiterst indrukwekkend is. We zochten nog een bestemming tussen Okayama en Osaka in en hebben die nu gevonden.

We aten weer verrukkelijk dit weekeinde. Op zaterdag tarbot met gegrilde groente en op zondag geitenvleessaté met sajoer boontjes. Alles kan een mens gelukkig maken, wist ik: poëzie, zelfkennis en lekker eten bijvoorbeeld.

‘Je bent vogelvrij verklaard’, zei een Amsterdamse agent bij De Wereld Draait Door. Hij zat naast een collega naast de korpschef om te praten over het toenemend geweld tegen agenten, wat helaas ook andere hulpverleners overkomt. De agenten vertelden over een aanhouding eerder dit jaar waarbij de verdachten (als groep) zeer gewelddadig werden. De agenten liepen ernstige verwondingen op, waarbij een van hen zei dat de verdachten eerder vrij waren dan zij, die een maand in het ziekenhuis lagen. Ze riepen de politiek nogmaals op om dit geweld echt zwaar te bestraffen. Ik werd er stil van.

‘De samenleving heeft een gedragsprobleem’, constateerde een politiechef begin april in Trouw. Hij ziet dat als mensen gecorrigeerd worden, ze dat niet meer accepteren en sneller geweld gebruiken.

Je staat gewoon met iemand in gesprek en in één keer krijg je een klap, dat hoor je vaak. Waar komt die interne agressie opeens vandaan?

Ik ben gelukkig nooit geslagen, maar merk dat onze samenleving onder hoogspanning staat. Zo zijn verbale confrontaties zeker in Amsterdam aan de orde van de dag. Laatst deed ik net op tijd een stap terug om niet door een brommer te worden overreden die vanuit het niets op me afreed. Geen excuses natuurlijk maar een grote bek, wat ik daar deed. Zo word ik wel vaker uitgedaagd, door opgeschoten gasten, jongens die het een kleine overwinning vinden als ze een volwassen vent de maat durven nemen. Jezelf beheersen is misschien lastig, maar ik laat me niet in met geweld. Dan draag ik bij aan wat ik verafschuw. Ik dacht ook: agenten hebben een olifantshuid, want dit overkomt hen elke dag; geweld, uitgedaagd worden, uitgescholden, gesard.

Collega Hans bracht zijn fotoboek mee van zijn Japanreis twee jaar geleden, wat onze voorpret alleen maar verhoogde. Prachtige plaatjes (Hans heeft een fotografenblik) van een prachtig land. En handig ook: wij gaan zijn reis grotendeels volgen.

Meer dan 8000 mensen uit 95 landen gaven gehoor aan de oproep een zelfgemaakt kunstwerk geïnspireerd op Rembrandt in te sturen, meldt het Rijksmuseum over de tentoonstelling Lang leve Rembrandt. Uiteindelijk werden 693 kunstenaars gekozen. Op een enkele professionele keuze na, kon het me weinig boeien. Te veel nadoen, te veel amateurisme. Is het echt nodig om het zelfportret van de schilder in talloze variaties te zien, van gepixeld tot gebreid? Of dat ze zijn werk kopiëren? En waarom moeten er altijd kindertekeningen bij? Ik vind dat kinderen tegenwoordig in een te volwassen rol worden geduwd, als voorbereiding op de prestatiemaatschappij. Laat kinderen gewoon kind zijn en duw ze niet in kinderjury’s, jongerenparlementen of talentenshows. Weg ermee. Het levert ook over het paard getilde egootjes op.

J.J. de Bom. Voorheen kindervriend.

Een vrolijker noot: we gaan volgend jaar, eind april, naar Japan. De tickets naar Osaka zijn vandaag geboekt. Centraal punt van de reis wordt Okayama, waarvan collega Hans van S. zei dat het hem aangenaam had verrast. Van daaruit zoeken we twee andere bestemmingen voor een kort verblijf. We richten ons op West-Honshu, om niet steeds honderden kilometers te reizen.

133-do-ho-suh1

Bij de verkiezingen van het Woord van het Jaar (Blokkeerfries in 2018) zet ik dit jaar mijn geld op een vervoeging met schaamte, een woord dat de media graag gebruiken. Ik noteerde vliegschaamte (dat je toch een vakantievlucht boekt) en single-schaamte (dat je maar geen partner krijgt) en las dat je je niet meer hoeft te schamen voor liposuctie, borstcorrecties of andere cosmetische ingrepen, wat de kans op een woord als schaamlipcorrectieschaamte wel teniet doet.

Na decennia van zelfverrijking lijkt de maatschappij een moreel besef te zoeken, een norm om de samenleving weer bestuurbaar te maken. Denken dat je niet aan de norm voldoet, leidt tot schaamte. Maar wat de norm is? Ecologie? Zelfverwezenlijking? Kunnen we het in deze polariserende samenleving eens worden over één gemeenschappelijk principe en tegelijk wegblijven van het conservatieve normen- en waardendebat? Dat is bij uitstek een opgave voor de politiek!

Ik lees net dat het weinig scheelde of vliegschaamte was het woord van 2018. Dus dit zwakke betoog is al achterhaald voordat het is gedeeld. Moet ik dit nog wel posten? Leid ik aan postschaamte, of preciezer post-schaamte? (flauw hè).

Net naar de documentaire over de Koreaanse kunstenaar Do Ho Suh gekeken, wat me fascineerde. Hij had zijn New Yorkse appartement met papier beplakt, tot de kranen en deurknoppen aan toe, en de contouren zichtbaar gemaakt door er met een potlood over te wrijven. Zoals we vroeger een geldstuk op papier overtrokken. Wat je krijgt, is surreëel, alsof je in een striptekening rondloopt. Maar Suh doet meer, zoals zijde op zijn ouderlijk huis vastmaken, weer loshalen en met de contouren (in elk detail) een zelfstandig beeld maken. Zijn werk is nog te zien in Museum Voorlinden.

De komende weken wordt het druk. Alle eindredacteuren en coördinatoren zijn op een welverdiende vakantie, waardoor hun taken zijn verdeeld over vier senioren, onder wie ik. Ik denk niet dat ik veel aan schrijven toekom, maar heb nog altijd dit blogje. Nog zes weken en dan mag ik zelf weg. Over de dwangneurose gesproken die vakantie is … we willen volgend jaar toch naar Japan. Eerst Osaka en dan?

Amsterdam is geen tolerante stad meer en dat zit in kleine dingen. Ik wachtte even bij Roos’ fiets, waarvan het achterwiel een beetje op de weg stond. Plek voor fietsen was er nauwelijks op het Gerard Douplein. In de tijd dat ik er stond kwamen drie mensen hoofdschuddend langs gefietst. Eén ging er zelfs voorstaan, dat ze er niet langs kon, terwijl de weg vrij was. Precies hetzelfde gebeurde tegenover mij: twee meiden zitten op de fiets en zeggen elkaar gedag als er een man komt aanlopen die pontificaal voor ze gaat staan, dat ie er langs wil. En niet wijken hoor, de dames moesten achteruit.

Omdat het nog net kon, de tentoonstelling Cool Japan bezocht in het Tropenmuseum. Roos en ik zijn niet de doelgroep, merkten we, want om nu elke historische prent te linken aan manga, gaat ons wat ver. We bezochten de tentoonstelling omdat het vuur oplaaide om toch naar Japan te gaan dit jaar. Maar we moeten meer sparen en niet overhaast kiezen. De bestemming voor Koningsdag staat wel vast: Bocholt. Beter naar Bocholt, luidt de stadsslogan. Maar eigenlijk is op 27 april alles beter dan Amsterdam.