Observaties

  1. Een oudere man in de trein heeft oncontroleerbare tics. Hij lijkt voortdurend binnensmonds te praten. Als hij zijn boterham eet, mondt het uit in een soort schreeuwend happen, wat hij probeert te verbergen door voorovergebukt te eten.
  2. Er loopt een man in een korte broek de coupé binnen, van wie ik direct denk: die heeft kunstbenen. Maar daarvoor loopt ie te soepel. Als hij gaat zitten, zie ik dat hij panty’s draagt. Waarom weet ik dat de dikte van een panty in denier wordt aangegeven?
  3. In de stationshal staat een Japans meisje voor een plastic roze bloesem v-tekens te maken voor haar vriend die foto’s maakt.
  4. Stof afnemen heeft geen zin merk ik als ik de kamer inloop. Opnieuw een laag. Eén muur in de badkamer is inmiddels volledig betegeld.

Eigendom

‘Pas op als het woord lente van stal wordt gehaald om een politieke ontwikkeling te duiden’, schreef Olaf Tempelman in de Volkskrant. De Praagse en Arabische waren een kort leven beschoren. En ook de nieuw ontloken Noord-Koreaanse lente leidt niet naar de zomer. Waar in de eerste twee lentes het volk aan zet was, is dat in Noord-Korea zeker niet het geval. Elke versoepeling van het regime is geregisseerd, zeggen deskundigen. Het interview in de NRC door Toef Jaeger met de naar Zuid-Korea gevluchte Noord-Koreaan Jang Jin-sung toont een regime dat nog lang niet de lente in de kop heeft.

De Leider laat zijn oog vallen op een zangeres aan het hof. Ze heeft een vriendje, maar raakt in de ban van de Leider die haar in zijn bed wil. Als ze meer te weten komt over de Leider en de willekeur van het regime ontdekt, wordt de illusie geleidelijk verstoord. Wanneer ze ook nog eens hoort wat er met haar vriend is gebeurd, doet ze een zelfmoordpoging. Ze raakt in een coma. Kim Jong-il is woedend: een bijvrouw van hem pleegt geen zelfmoord. Hij eist dat ze uit haar coma wordt gehaald, om haar alsnog te executeren. De poging mislukt, waarop Kim Jong-il het meisje in comateuze toestand aan een paal laat binden om haar te executeren in het bijzijn van haar familie.

Jang deed ooit mee aan een poëziewedstrijd voor de vijftigste verjaardag van de grote leider Kim Jong-il. Niet alleen werd zijn epische gedicht een succes, hij werd een soort hofdichter. Inmiddels is Jang gevlucht en is hij een staatsvijand van zijn geboorteland. Over vrijheid doet hij ook een boekje open.

Een comité keek ernaar (een gedicht) en zette er stempels op bij de gedeelten die goedgekeurd waren, bij andere stukken stond waar het gedicht aangepast moest worden. Zodra je het gedicht had ingeleverd, was het niet meer van jou, maar van een commissie die ervoor zorgde dat de juiste woorden werden gebruikt en het zuiver paste in de Juche-leer. Als het klaar was, ging het gedicht naar Kim Jong-il en hoorde je er nooit meer iets over.’

Het leverde gedichten op zoals [het fragment] hieronder. De titel intrigeert me.

Lente in de loop van het geweer van mijn Generaal
Dus dit is het Geweer
Dat in de handen van een inferieur mens
Slechts kan moorden,
Maar dat vastgehouden door een groot man
Alles en iedereen aankan. […]
Generaal Kim Chŏngil
En alleen de Generaal
Is Heer van het Geweer,
Heer van de Gerechtigheid,
Heer van de Vrede,
Heer van de Hereniging,
O! De ware Leider van het Koreaanse volk!

Klem

Het was een hectische week. Sinds het vertrek van hoofd- en adjunct-redacteur en het aangekondigde vertrek van een eindredacteur is alles gaan schuiven: posities worden opnieuw ingenomen, oude ideeën getoetst. Afgelopen week laaide het weer op. Blijven we doen wat we doen of moet het toch anders? En dan: hoe maken we nieuws, verhalen (welk nieuws? welke verhalen?) en hebben we nog zeggenschap over ons ambacht? Het lijkt op wat dichter-schrijver Maarten van der Graaff zegt over zijn bundel Dood Werk. Hij zegt dat zijn verwarring alleen maar is toegenomen (ten opzichte van zijn eerste bundel) en dat hij de grenzen zoekt van zijn subjectiviteit, maar klem komt te zitten in zijn situatie. Hij is na zijn tweede bundel een boek gaan schrijven (Wormen en Engelen) en misschien ligt daar een oplossing: zelfde metier, andere richting.

Hectisch was het ook door de verbouwing van de badkamer die is begonnen. Aan het stof kun je wennen en aan koude blijkbaar. We wisten niet dat de boiler uit moest (aan kan alleen met veel moeite van de loodgieter) en zijn blij dat het nog warm is voor de tijd van het jaar. Hopelijk halen we het nog voordat de herfst echt begint. We gokken op een week, nog een weekend en dan klaar.

Gisteren kwam ik op het verkeerde moment bij mijn vader in zijn voorlopige tehuis. Hij was weg en niemand van het personeel wist waar, maar net voordat ik zou vertrekken, kwam de fysiotherapeute hem brengen … in een rolstoel. Ik zag mijn vader nog nooit in een rolstoel en vond hem breekbaar. Kort daarop moest hij al aan het middageten, dus veel tijd was er niet. Ik heb nog een sinaasappel kunnen pellen. Hij lijkt iets wantrouwiger. Hij droeg sandalen, maar de fysio zijn dat het (oefenen met lopen) met schoenen aan beter gaat, minder glad. Dus of ik die kon halen. ‘Maar iemand heeft ze uit het ziekenhuis gestolen’, zei mijn vader. We hebben het over vijf jaar oude schoenen van Mephisto. Later zei mijn broer dat ie hetzelfde zei over zijn rollators. Ook mijn vader zit vast in zijn situatie, misschien meer dan ik besef.

Ongemak

In Pakhuis De Zwijger zag ik de voorpremière van documentaire Verdacht, een film over etnisch profileren door de politie, gemaakt in opdracht van Controle Alt Delete. Het zou een vervelende avond worden, beloofde de gastvrouw, want we kregen verhalen voorgeschoteld die aantonen dat agenten nog steeds mensen eruit pikken omdat ze een kleurtje hebben. En niet zoals het hoort op basis van objectief verdacht gedrag. Agenten handelen naar willekeur en zijn bevooroordeeld, concludeerde men in het nagesprek. Anderen spraken over institutioneel racisme, maar dat was niet louter toe te schrijven aan de politie, maar aan heel de maatschappij. Mijn Indo-Nederlandse buurman zei doodleuk dat discriminatie in het DNA van alle witte mannen zit. Dat ging zelfs dit sterk ge-opinieerde publiek (onder wie Gloria Wekker en Sylvana Simons) een stap te ver. Discriminatie moet je niet met discriminatie bestrijden.

Vragen over de film zijn er wel, over de eenzijdige vertelling, het gemis aan wederhoor, dat er geen vrouwen die hun verhaal deden (merkte Wekker op), over het gedrag van de slachtoffers … maar al die vragen namen het ongemak niet weg. Er gaat iets niet goed en daar hebben mensen serieus last van. De docu had An Inconvenient Truth kunnen heten.

Van mijn broer gehoord dat mijn vader voorlopig naar een tehuis gaat om te revalideren. Zelf wilde hij in het ziekenhuis blijven, ‘want dan is er direct hulp als er iets mis gaat’, maar gelukkig is voor een meer huiselijke omgeving gekozen.

De badkamerverbouwing is begonnen. Al op de eerste dag is alles gesloopt. Het betekent ook twee weken zoeken naar plekken om te douchen.

Badkamer

 

What’s in a name

Met verbazing gekeken naar een item bij NH Nieuws. Voor de straatnamen in een nieuwe wijk in Zaandam koos het gemeentebestuur voor het thema muziek. Mensen wonen er aan Fagot 26, Aria 3 of Hobo 5. Die laatste naam moest veranderen, stelden de bewoners, want hobo lijkt op homo en dat leidde tot vervelende grapjes. Het gemeentebestuur ging overstag en Hobo werd Piccolo. Na klachten van het Zaanse discriminatiebureau over homofobie, gaat het gemeentebestuur gelukkig overstag en wordt Piccolo de Hobostraat, maar dan wel met de toevoeging straat.

Einde ochtend 50,8 km gefietst, waarschijnlijk het laatste ritje van het jaar. De app stond nog op wandelen, waardoor mijn calorieverbruik op 5990 uitkwam, wat in werkelijkheid 1200 is.

Mijn vader bezocht. Hij oogde frisser dan donderdag en bracht zijn vaste repertoire aan grappen. Het personeel gaat er goed mee om. Nee mijnheer Van der Schaaf, ik heb dit keer geen port voor u. En hoe gaat het met het goddelijk lijf? (Theo, zegt ie, komt van Deus, wat God betekent, dus heb ik een goddelijk lijf.) Mijn vader is koppig. Hij moet zitten in een stoel om zijn spieren aan het werk te zetten, maar dat vertikt ie. De zuster liet het deze keer lopen, vanwege de visite, maar ik weet zeker dat ze snel terugkeert en dan geen halve maatregelen neemt. Zitten! Niet zeuren! Geen zachte heelmeesters hier.

Vanavond schelvis op zijn Indiaas met linzen en heel veel ingewikkelde kruiden, zegt Roos. Ik breek inmiddels een Tsjechisch bier aan.

Beeld vormen

Herfst? Het lijkt wel zomer. Het is de warmste 12 oktober sinds 1901, lees ik op een nieuwssite. Eerder deze week hoorde ik op straat twee dames zeggen hoe fijn deze Indian Summer wel is. Ik dacht: lulkoek, dat komt alleen in Canada en Amerika voor. Maar ik heb ongelijk, leer ik van Wikipedia. Het fenomeen doet zich voor op heel het noordelijk halfrond.

In Kluger Hans #33 vond ik een gedicht over de zomer, en wel van Tijl Nuyts, getiteld vierkant. Het is een gedicht in vier delen, waarvan het eerste deel over de zomer gaat, als je de openingszinnen moet geloven.

Wanneer het zomer wordt, heb ik het gevoel
dat er iets van me verwacht wordt.

De lange dagen, het late licht, de nachten
die naar natte stenen ruiken.

Het is cliché dat de zomer het jaargetijde is waarin alles mogelijk lijkt, en dat de herfst voor verval staat, de winter de dood en de lente slechts opmaat naar de allesomvattende zomer. Want o jee, wat kun je dan veel doen. En geniet er maar snel van, want voor je het weet is die zomer alweer lang voorbij (sorry, Gerard Coxje…). Het is precies wat de dichter voelt, een drang om iets te moeten doen, er wordt iets van hem verwacht. Of hij werkelijk iets doet, is een tweede. En ja, de zomerdagen zijn lang, het licht dooft laat, maar nachten die naar natte stenen ruiken? Hoe ruiken zomernachten eigenlijk? Wat is de geur van zwoel? Hoe ruikt warmte? Dan vind ik natte stenen – na een zomerbuitje verbeeld ik me – een prima vondst. Stenen is de stad, en dat is de volgende strofe. Brussel welteverstaan.

Alle beweging begint in het Brusselse nulpunt
waar mijn blik zich aan een zwart vierkant verwondt.

Meestal doet zonlicht pijn aan de ogen, maar hier is het een zwart vierkant, in het Brusselse nulpunt. Je moet weten: dat nulpunt is een (metalen?) ster, vanwaar de afstand tot de hoofdstad wordt gemeten. Dus ja, daar begint alle beweging. Maar hoe wordt een ster een zwart vierkant? Gaat het om zwarte gaten, die dovende sterren aanzuigen? Maar dan heb je het over een cirkel… Zwart vierkant is ook een schilderij van de Russische schilder Kazimir Malevitsj; het is zelfs zijn beroemdste werk, een zogenoemd suprematisch schilderij.

Ik ken het werk en zocht uitleg over het suprematisme. Kort gezegd, de schilder probeerde middels het suprematisme een hogere werkelijkheid te verbeelden. Hij deed dat door traditionele symbolen zoals cirkel, vierkant en kruis los te maken van die ene werkelijkheid. De vormen staan op zichzelf.’

Dan is het hek van de dam, want de vormen vliegen om je oren, als veelhoeken, parallellogrammen en trapezia, aangelengd met allerhande zomerse zaken als zonlicht, witheet, branden. En het allermooiste: meisjes die hun smartphones aaiden. Zachter kan de zomer niet worden.

Ik heb vaker aan veelhoeken gedacht,
maar nooit waren ze zwart. Parallellogrammen
die licht slikten en langs muren van een slaapkamer

reisden of witheet in een jongensborst brandden.
Zonlicht dat zich vol overgave tegen vensterglas

wierp, op gevels teruggekaatst werd, trapezia
die over en tussen auto’s schaatsten en meisjes
die onder in de gang hun smartphones aaiden.

Maar ho, wacht: dat is het niet, lijkt de dichter te zeggen. Leuk dat je aan al die (zomerse) mogelijkheden denkt, maar het ligt toch anders. Het frivole lichte is slechts schijn. Het wordt niets voor niets teruggekaatst. Er is maar één werkelijkheid, schrijft de dichter, zegt de schilder, en dat is dat zwart, de leegte waarin God precies past.

Deze veelhoek is anders.
Een Rus smeerde een zwart vierkant
over een oud kleurenschilderij
en verklaarde dat in iedere mens een leegte zit
waar God precies in past.

Wat houd je dan over? Een gedicht dat gebaseerd is op een schilderij, dat is duidelijk. Maar het biedt veel meer dan een interpretatie daarvan. De dichter verzint er een verhaal bij, vol mogelijkheden en onmogelijkheden, over de zomer denk je, over het zalige dolce far niente, maar misschien is het anders, is het toch een verhaal over het goddelijk licht en het duister als zijn tegenhanger.

Volhouden

Vandaag kwam de tweede lading voor de badkamer: de wastafel, spiegelkast, radiator, glazen douchewand. Dit keer was het zware tillen in een halfuur gedaan. Ik zei nog tegen Roos dat we dit nooit meer in ons leven hoeven te doen, waarna ik plots moest denken aan mijn eigen eindigheid.

Gisteren kreeg ik van mijn broer slecht nieuws over mijn vader. Hij is hard gevallen, in de douche dit keer, met een scheurtje in zijn heup als gevolg. Hij ligt nu in het ziekenhuis waar ik hem vanmiddag bezocht. Hij maakt altijd dezelfde grappen. Dat als hij er over veertig jaar nog last van heeft, hij de kranten zeker haalt. Ik noem het karakter, want zijn leven is moeilijk geworden. Nauwelijks zicht, altijd al wankel op de benen en voorlopig aan bed gekluisterd. Ik had hem graag het leven van mijn schoonvader gegund, die even oud is als hij (ook van november 1933) maar die nog reist en vitaal oogt.