Verhalen vertellen

Bij fotofestival Unseen, bij een tentoonstelling van louter Japanse fotografen werd ik door een enthousiaste standhouder bijna tegen fotograaf Junpei Ueda aangedrukt, zo van praten maar. Kwam vast doordat ik wat langer stilstond bij zijn serie Picture of My Life. Een werk van schilderkunst, tekeningen en fotografie, dat gewijd is aan zijn ouders, die beiden zelfmoord pleegden toen Junpei 21 was. De nu 40-jarige heeft het – meen ik – een plek kunnen geven:

It is then I sense my parents are still here with
me and I get a feeling of happiness, like I am being watched over.
If you are able to share your love for someone, perhaps you never really die.


Junpei sprak gebrekkig Engels en dus sprak ik gebrekkig terug. Ondertussen bladerde ik door het boek dat over de serie is gemaakt, onder toeziend oog van de kunstenaar. Dat is lastig, kan ik je zeggen, of je ter plekke een oordeel moet vellen, of ten minste je bewondering moet uitspreken (mits oprecht). Maar het sprak me aan. Of ik het boek kon kopen, vroeg ik. Dat kon, maar dan wel contant (want geen pinapparaat in de buurt). Junpei zei me dat het maar 58 euro kostte. Koopje, dacht ik. Navraag bij de standhouder leverde een bedrag van 580 euro op.

Fotograaf doet "kunstig"

Soms werkt het niet, bleek na de tentoonstelling Landscape with Tree van modefotograaf Jamie Hawkesworth in Huis Marseille. Veel herhaling, geforceerd kunstig en ontbrekende context (en ook simplistische begeleidende teksten). Huis Marseille biedt doorgaans gestileerde tentoonstellingen, gepolijste fotografie die door de goed ingedeelde ruimtes ook goed uitkomt. Bij Jamie Hawkesworth dacht ik steeds: o jee, deze fotograaf wil aan kunst doen. Dus fotografeert hij in de Transsiberië Express mensen alleen “van achter”, dat je wel begrijpt dat er een concept is. Of hij gaat een weekend “embedded” in een busstation om eindeloos portretten van passanten te maken. Zelf zegt hij:

De portretten van de voorbijgangers in het busstation zijn een blauwdruk geworden van mijn fotografische praktijk: daar heb ik geleerd over licht en heb ik geduld leren oefenen om te wachten tot een ontmoeting plaatsvindt. Daar heb ik geleerd om vreemden aan te spreken en de schitterende details vast te leggen waardoor ik werd aangetrokken. Daar werd ik me bewust van de essentiële en alchemistische mogelijkheden van fotografie, waarmee het toeval en het vluchtige kan worden vertaald en vastgelegd.

Een fotograaf die met mensen moet leren omgaan en pas op straat leert hoe hij licht gebruikt… Jaja. Deze Jamie is heus een goede fotograaf, maar hier in huis Marseille kreeg hij de ogenschijnlijk onmogelijke opdracht om meer dan één bladpagina te vullen. Dat lijkt hem in elke ruimte te overvallen. Dus doet-ie een landschapje, wat naakte dikke dames met gekke mutsjes, en ach waarom niet … enkele ruimtes busstation! Ik weet niet hoezeer Huis M begeleidt, maar meer richting geven had wat mij betreft geholpen.

Recensie: ‘in de kersenboom’

Niet de zee, waarin iedereen maar verdrinkt, of de stad, waar zo veel gebeurt dat het ongrijpbaar wordt … nee, het bos is de fijnste plek voor de fantasie. Ik was er al aan verknocht door ‘in het bos’ van Thomas Möhlmann, door deze strofe:

mocht wie nu nog rest de behoefte voelen
zich tegen deze schoonmaak te verzetten
hij stuit op manshoge kabouters en woelt.

In het bos zijn kabouters en Olaf Risee zet er in ’Het is moeilijk spreken met een mondvol poëzie’ een elfje bij. Een elfje dat tegensputtert, dat bloedt uit haar elfjeskut. Want ze wordt verkracht door een boswachter. O nee, hij groet haar met één hand voor het oog en hij fluit een melodie die zij niet herkent. En voordat je meer verwacht van dit bos, kapt de dichter het af, met een goedgeplaatste bla bla bla. En dat hij toch niet alles hoeft uit te leggen.

‘In de kersenboom’ van Risee zit vol met dit vrolijke absurdisme, zoals in ‘Man met de tuba’, dat me doet denken aan ‘Marc groet de dingen’ van Van Ostaijen.

Dit is de man met de tuba
zeg: ‘dag man met de tuba
is het geen mooie dag vandaag?’

In de reprise blijkt het een

komisch misverstand dat ergens achterop
de tong is blijven steken en zich uitstekend vermaakt.

Risee zegt het zelf: absurdisme is mijn religie […] en dat de uitzondering de regel enzovoort. En dus kan er een hamster zijn (in het titelgedicht) die enkel het woord ‘aangezien’ kon uitspreken, en is er iemand weggegaan

Bijvoorbeeld om een potje aardbeienjam te kopen
met 5% extra, of omdat je dood bent.

En ook dat is Risee: hard, en in gevecht met de wereld. In ’Krijgsheer Mathieu Nguojolo-Chui’ schetst hij een man die kinderen vermoord, gesteund door het Westen want hij draagt een kaki vest van Camel Trophy. Ook ‘Mijn tante heeft kanker’, en ‘Twee dochters plegen zelfmoord zijn’ rauwe verhalen (alleen de titels al).
Het zijn niet mijn favorieten, omdat ik gedichten over de dood al snel pathetisch vind. Ik had het passender gevonden (in lijn met de toon) als Risee zijn absurdisme ook over de dood had uitgestrooid.

Een ander punt is dat de dichter per se een einde aan een gedicht wil breien. Dat gebeurt in Man op de man (nu stonden ze quitte), Mijn tante heeft kanker (opstaan gaat moeilijk), twee dochters (wie?) en Jam (toch?).

Eindigen met een vraag werkt misschien in een presentatie – je betrekt het publiek; in de poëzie vind ik het zwak. Laat het einde lopen.

‘In de kersenboom’ is voor mij een bundel met twee gezichten: één die hartelijk wil lachen om deze belachelijke wereld en één die per se in de wereld wil staan, die verslag doet van de werkelijkheid. Geef mij die eerste maar. En misschien denkt Risee er zelf ook zo over, als hij zegt:

een relevantie ligt doodgelachen achter een raam

Waakzaam en dienstbaar

Voor de presentatie van Nanne’s nieuwe bundel Permutaties ‘ging ik op chic’ met een zwart pak, wit overhemd en zwarte das. Even ervoor een hapje eten. Collega Ilvy woont in Utrecht en is stamgast bij De Rechtbank, waar zij regelde dat ik ondanks alle drukte toch een tafel voor één kon krijgen. Maar alleen eten, dat ligt jaren achter me. Ook had ik geen boek om me in te verschuilen. Dus dan maar zo nonchalant mogelijk. Er kwam een andere man binnen, die de tafel naast mij had gereserveerd, ook voor één: Antoine Bodar. De man die niet schroomt te spreken over Christus en Zijn Kerk en om zaken bij de naam te noemen. Hij hield het bij bitterballen en twee glazen droge witte wijn. Zo ontspannen kun je alleen maar zijn als je weet dat je wordt beschermd. Hoewel ik vermoed dat hij God als zijn hoeder ziet en niet die uiterst alerte man in dat zwarte pak naast hem.

Over Sudaiku’s van Nanne Nauta

imageOpnieuw rekt Nauta de grenzen van de haiku op. Eerder nam de dichter de haiku op de schop, met de bundel Hyperhaiku’s. Met Sudaiku’s (de vijfde) gaat hij nog verder. De lezer mag zich dit keer wagen aan het oplossen van talige sudoku’s, met alleen de gedichtentitels als handvat voor wat er kan staan. En ja, dat betekent concentreren en systematisch denken. En nee, dat leidt niet automatisch tot begrijpen, tot weten wat er staat. Maar is dat niet de uitdaging van alle poëzie?

Recensie Blauw Goud

image

Bundel: Blauw Goud. De Amsterdamse grachten in gedichten

De bundel bevat 92 gedichten.

Het woord gracht staat 26 keer in de titel van een gedicht.
Het woord water staat 6 keer in de titel van een gedicht.
Het woord gracht wordt 161 keer gebruikt.
Het woord water wordt 109 keer gebruikt.

In 74 gedichten staat het woord gracht, in 18 gedichten staat het niet.
In 66 gedichten staat het woord water, in 26 gedichten staat het niet.

In 1 gedicht wordt gracht 15 keer gebruikt.
In 1 gedicht wordt water 8 keer gebruikt.
In 8 gedichten komen beide woorden niet voor.

In 21 gedichten wordt er gerijmd op gracht, met in totaal 26 rijmen.
In 4 gedichten wordt er gerijmd op water, met in totaal 5 rijmen.
In 1 gedicht wordt er 5 keer op gracht en 2 keer op water gerijmd.

De gracht is een:
gordel: 8 keer
zee: 18 keer
spiegel: 24 keer.

Bij een gracht hoort een:
brug: 26 keer
boot: 26 keer.

En 20 keer gebeurt er iets met een fiets.

Recensie Hyperhaiku's Nanne Nauta

Nanne Nauta is een inventief dichter. Hij mag zich al de grondlegger noemen van het kruissonnet, en daar komt met deze vierde bundel de Hyperhaiku bij. De Hyperhaiku is een haiku (vijf, zeven, vijf lettergrepen) die gebaseerd is op HTML (programmeertaal) en hyperlinks; zo althans valt te lezen in het nawoord. Maar geen zorgen: deze ‘technische’ basis staat de poëzie niet in de weg. Integendeel. Nauta laat zich in deze bundel helemaal gaan, met een enorm spectrum aan onderwerpen, en tal van invalshoeken om die onderwerpen scherp aan te snijden. Echt alles komt voorbij: van diepzinnige tot grappige en van lyrische tot soms platvloerse poëzie. Dat betekent niet dat je als lezer de weg kwijtraakt: de haikuvorm (eigenlijk zijn het senryu’s) houden die variatie keurig bijeen. Als lezer spring je pagina’s lang van idee naar idee en dat leest prettig. Het lijkt lichte kost die je snel verorbert, tot je na drie gedichten plots terug wil naar die ene treffende gedachte. Misschien is dat wel de grootste verdienste van Nauta: hij schreef zijn poëzie onbevangen, wat in Hyperhaiku’s leidt tot ongeremd leesplezier!