Lijnen uitzetten

Of ik de Noord-Zuidlijn nog bezoek sec om de stations te bekijken, weet ik niet. Ik denk dat het vervoerd worden de overhand neemt, en ik heb in Noord noch Zuid iets te zoeken. De opening was live op NPO 1. Daardoor leerde ik dat er mensen zijn die afzinkcommandant kunnen zijn. Die voor de NZ-lijn gaf een lekkere ‘tering’, toen hij de halte Centraal Station – nu al de kathedraal genoemd – sinds lange tijd zag. Houd ik wel van. Vol ontzag zijn en eerlijk.

Ik lees te weinig, merk ik. Boeken, kranten en bundels raak ik niet aan of leg ik snel opzij. Het gemakkelijkste excuus is de warmte die me serieus belet in alles. Gisteren nog even gesport en daarna voor apegapen.

Vandaag ging het beter. Opnieuw gesport (bodycombat) en naar FOAM gegaan, voor de tentoonstelling Structures of Identity. Thomas Albdorf heeft in Room With A View een deel gewijd aan reisfoto’s die hij van internet haalt, bewerkt en daarna door beeldherkennings-software haalt. Dan worden sponzen plots vulkanisch gesteente. Ik moest denken aan Ton van ’t Hof, die me ooit zei dat hij een virtuele pelgrimstocht wilde maken, met gebruik van Google Maps, om zo een afstand in foto’s af te leggen van Leeuwarden naar Santiago de Compostela. Misschien komt het er eens van.

In FOAM ook Samuel Gratacap die de problemen van de vluchtelingenstromen vanuit Afrika probeert te verbeelden. Het raakt me stom genoeg niet. Wel keek ik op van een beschrijving, waarin staat dat er ergens veel mensen zijn omgekomen en helaas ook vrouwen en kinderen. Elke dood is triest, dacht ik, en de dood van mannen is even erg als die van anderen.

Geplaatst in Ton van 't Hof

Recensie Ingangspunt Ton van 't Hof

Het zat Ton van ’t Hof in 2012 niet mee, schrijft hij in het nawoord bij Ingangspunt. Hij beleefde een persoonlijke en lichamelijke crisis, waarvan hij elke dag stipt om 17.00 uur verslag deed op zijn (oude) blog 1hundred1. Al die verslagen – aangevuld met soms zeer confronterende foto’s – had gemakkelijk een grote, loodzware bundel kunnen opleveren, maar Ton hield het met elf gedichten klein. Gedichten die volgens hem duidelijk maken dat al die ellende ook leidde tot een omslag in zijn poëzie.

Wat die omslag is, is lastig te bepalen. Want Van ’t Hof mag fysiek en geestelijk weer boven par zijn, maar of dat voor zijn poëzie ook geldt? Wie zijn werk kent, weet namelijk dat hij per bundel steeds persoonlijker wordt, dat hij de poëzie meer uit en naar zichzelf toetrekt, en Ingangspunt is daar geen uitzondering op. Sterker nog: het is Ton van ’t Hof in zijn meest uitgewrongen vorm.

Niet verbazend dus dat hij voor zijn openingscitaat uitkwam bij Oren Izenberg, die zegt dat het een dichter niet zou moeten gaan om gedichten schrijven, maar om als dichter iets te onthullen wat hem of haar als persoon onderscheidt. Hatsekidee! Kan een dichter nog duidelijker zijn in zijn opzet? Kan hij nog meer aanwijzingen geven dat hij zichzelf blootgeeft?

Ja hoor! Al in het openingsgedicht Iemand belde vijf keer aan, schrijft Van ‘t Hof dat hij bloot was (en dus niet open deed). Het gedicht is trouwens mooi in zijn eenvoud, met sterk halfrijm. Dat idee van naaktheid, van overgeleverd zijn, komt in meer gedichten terug.

Zo draagt het derde gedicht de titel, Het Es (wat volgens Wikipedia volgens Freud een reservoir is van impulsen, van energie en libido). Evenals de filosofische idee laat Van ’t Hof zich in dit gedicht leiden door zijn instinct:

ik ruilde vandaag zomaar de ene belofte in voor een andere.
Zonder vooroverleg.

De dichter geeft zich over aan wat zich aandient – tegen die achtergrond van een diepe crisis – maar vindt het moeilijk er betekenis in te zien: Het lijkt wel een parodie. Dat blijkt verder ook uit het titelgedicht op pagina 16.

[…] Je zit daar
en leest een gedicht. Over iets
wat er niets is. En ik weet dat je je afvraagt
of dat te maken heeft met opgerolde dimensies

Betekenis geven, ruimte krijgen, je plek vinden in dit leven… Deze bundel van Van ’t Hof lijkt op dat idee te drijven. Telkens neemt de dichter een positie in, om die vervolgens vanuit één kant te bekijken: met verbazing, luciditeit en humor. Maar bovenal met een grote helderheid, beseffend dat hij maar een mens is die toevallig heil vond in de poëzie – zijn uiteindelijke redding.

Die omslag die hij benoemt in zijn poëzie, is volgens mij dan ook geen omkeer, maar mogelijk gewoon de laatste keer dat Van ’t Hof zich op deze manier uitdrukt. Het staat ook met vuistdikke letters op de cover: Ton van ’t Hof. Ingangspunt. Het is de entree tot zijn crisisjaarpoëzie, waar hij gemakshalve een punt achter zet, want hierna wordt alles anders. Dus op naar nummer tien. Benieuwd hoe mooi onthecht die poëzie wordt.

Geplaatst in Ton van 't Hof

Recensie: ‘In weerwil van alle terreur en het economische argument’

Het is een snaak, die Ton van ’t Hof. Want na een vulva op de cover van ‘Een lijn is een vore’ komt hij voor In weerwil van alle terreur en het economische argument met een gebeeldhouwd copuleren, als geeft hij ons alvast mee, dat we ‘in weerwil van alles’ gewoon lekker moeten neuken. Die intimiteit doorspekt heel de bundel. In weerwil van is de tweede bundel van Van ’t Hof dit jaar (Fantastisch dat je dit kan! schreef hij al in 2010). Erik Lindner merkte eerder over Een lijn is een vore op dat in sommige passages ‘geen afstand meer is tussen persoon en dichter’. Die lijn trekt Van ’t Hof verder door, want zijn nieuwe bundel leest als een persoonlijk relaas; een verhaal van verzet tegen het uitgestippelde leven en een strijd voor alles wat echt is, voor schoonheid ook.

Dat verzet begint al in het eerste gedicht, wanneer hij stelt: zo zou ik als kunstenaar bijvoorbeeld een wat militaireske kijk hebben, waar ik enkel naar onafhankelijkheid verlang / van oplossingen.

Niet alleen dient hij criticasters van repliek, ook lijkt hij de lezer een houding mee te geven: kijk onbevooroordeeld, wees oprecht. En zie hoe vals het leven is, of erger nog, het leven dat zich afhankelijk maakt van de markt:

De wereld is getransformeerd
in een monstrueus fantasmagorisch verschijnsel
jakkerend geheel
geconstrueerd uit strikte regels
en geflatteerd evenwicht

Zoals de titel al aangeeft, heeft de dichter een broertje dood aan het huidige klimaat waarin alles en iedereen moet wijken voor het economisch effect. Daarom spoelt hij het ‘nuttigheidsdenken’ van zich af en voert hij meermaals de zelfverzekerde X op:

Precies
zegt X en de wil tot het absolute weten
egocentrisme pur sang
voert tot een wereld die zichzelf vernietigt

Met die X is meer aan de hand. Van ’t Hof maakt van hem een filosoof, kunstkenner, maar ook een charlatan die Boeddha machientjes verkoopt en die regelmatig om een biertje vraagt. X fungeert vooral als spiegel voor de dichter, die zo veel vragen heeft. Een alter ego? Dat kan. Vooral als je een citaat neemt van Xavier Roelens: ‘x is een meervoud van ik’ (uit: Er is een spookrijder gesignaleerd).

Goed. De bundel is dus een poëtisch verzet tegen het marktdenken. Van ’t Hof past er echter voor om oplossingen aan te dragen voor hoe het wel heurt. Hij ziet daarentegen graag een terugkeer naar de onbevangenheid. Van ‘t Hof wil vrijheid scheppen / van beweging en onafhankelijk zijn van de gevestigde orde.

Met de gebruikte citaten – besef ik nu – kan het beeld ontstaan dat in de bundel een wereldverbeteraar spreekt. Dat schrikbeeld van geitenwollensokkenidealisme wordt gelukkig op elk moment ontkracht door de dichter zelf. Door veel zelfspot en vooral veel humor. Net wanneer je denkt dat het te zweverig wordt, haalt de tekst je onderuit:

mijn gedichten zijn als kaviaar
zeer interessant
wha ha ha ha
ha ha ha

Met dit soort tekstwendingen toont Van ’t Hof zijn onafhankelijkheid van de traditie, toont hij zijn wens om zich uit te drukken zoals hij dat wil. Van ‘t Hof blijft dus trouw aan zichzelf, aan de postmoderne dichter die het lyrische niet schuwt. Dat levert een boeiende bundel op, of beter gezegd: a damn good read.