Ontmoeting met de avant-garde

Bij binnenkomst vraagt een elektriciën die in de stoppenkast in de hal bezig is, of ik mijn voeten wil vegen. Dat doe ik netjes, alsof ik thuis kom. Aan de balie zitten twee vrijwilligers van ruim boven de 60. In zwart, want dat hoort als je in een museum werkt. De dame zegt dat ze er al één dag werkt en dat is toch een flinke voorsprong op de man naast haar, die pas deze ochtend begonnen is. Ik ben – voor de volledigheid – in het nieuwe Van Eesteren Museum, dat van de Burgemeester De Vlugtlaan verhuisde naar de Sloterplas. Alles hier is nieuw. Het interieur, het elan en het feit dat ik mijn toegangsprijs wil pinnen, want dat heeft de man nog niet gedaan. Dat het mij lukt, lijkt vooral hem te plezieren. Maar dan moet hij mijn dagkaart stempelen en verdikke … staat de datum op het stempel wel goed? En zet ik de datum niet op zijn kop? Maar ook dat lukt.

Het museum is ook bescheiden. Het beschrijft het werk en leven van Cornelis van Eesteren, die in 1935 de stad Amsterdam ruimte mocht geven, en licht en lucht. Het resultaat was het Algemeen Uitbreidingsplan, dat voorzag in de bouw van de Westelijke Tuinsteden: Slotermeer (1951-1954), Geuzenveld (1953-1958), Slotervaart(1954-1960), Overtoomse Veld (1958-1963) en Osdorp (1956-1962). Van Eesteren wilde vooral een moderne stad.

“Modern staat voor een attitude, een mentaliteit van ontvankelijkheid voor nieuwe uitdagingen en mogelijkheden. In een moderne levenshouding zal men het onbekende verkiezen boven het vertrouwde, nieuwe uitdagingen en kansen boven traditie en conventies, en het experimentele boven het routineuze.”

Wat ik niet wist, is dat hij connecties had met de avant-garde van toen, onder wie Theo van Doesburg, met wie hij in 1923 een contra-constructie in kleur van het Maison d’Artiste schetste. Verder lees ik dat hij iets met Bauhaus deed en een eerste prijs won voor het ontwerp van een Parijse boulevard. Dat hij dan de opdracht voor Westelijke Tuinsteden als zijn meesterwerk zag, bevalt me wel, zo tegen al die internationale allure. Het ontwerp van dit paviljoen kan daar gelukkig in meegaan. Zelfs in hartje Slotervaart.

Op de hoorns nemen

Het moet iets zijn voor de liefhebber, een timeslot van slechts twee uur om een neushoornhoorn te bekijken aan de Amsterdamse Zuidas. De locatiemanager had geen betere plek kunnen kiezen, want aan de Zuidas mag het wel een beetje poenerig zijn. Ik associeer jachttrofeeën immers altijd met te veel geld en daaraan is rond het Gustav Mahlerplein geen gebrek. Naast de onbewerkte hoorn kunnen geïnteresseerden tijdens het flitsbezoek ook hoornen bekertjes bezichtigen en een wandelstok gemaakt van het kostbare materiaal. Dus je ziet wat je juist niet wilt zien: dieren verwerkt tot nutteloze producten. Maar geen nood. Wie de flitstentoonstelling mist (u bent al te laat) kan zich de rest van de week nog vergapen aan kunstwerken van neushoornschedels.

Het event duurt twee uur, want het risico op roof is groot, menen de organisatoren. Met de goede uitvalswegen van de Zuidas is dat inderdaad een groot gevaar. In die korte tijdspanne willen de organisatoren nog wel even de jacht op neushoorns aankaarten. Dat zou ik groter aanpakken, met een tentoonstelling die het fenomeen neushoornjacht (en eigenlijk elke jacht op wilde dieren) grondig aan de kaak stelt, met een online petitie tegen de jacht, zoals nu tegen Coca-Cola die de zeeën bevuilt met plastic … Het is nu een show, don’t tell. Het stemt me treurig. Maar op deze zondagochtend zag ik bij VT Wonen een lampenkapontwerpster. Ik durf te wedden dat ze in Amsterdam woont, dicht bij de Zuidas. Waar ze leuke dingen doet met neushoornvel.

Voorlinden is voortreffelijk

In de videofilm Who knows where the time goes van Gonzalo Lebrija schiet de kunstenaar in de woestijn van Mexico boeken als wilde vogels uit de licht. Niet als daad van geweld, lees ik, maar vanuit de wens om dieper contact te krijgen met de verhalen. Het werkt sprak me toen al aan (tja, boeken en zo). Ik dacht er zelfs aan het concept op video uit te werken, door onder meer:

  1. Pagina’s in de lucht gooien en ze als bladeren zien vallen.
  2. Boek weken in een bad.
  3. Er aan likken.
  4. In de broodrooster.
  5. Door de branding laten meeslepen.
  6. Er een lamp van maken.
  7. In een weckpot stoppen.
  8. Met een mes steken.
  9. In bed stoppen.
  10. Altaar van maken.

 

 

Return of the king

Begin dit jaar in Berlijn in Kunstraum Kreuzberg/Bethanien zag ik een bijzondere film over de comeback van the King of Pop Michael Jackson, beter … over zijn wederopstanding. Hij werd geïnterviewd over zijn terugkeer en wat hij van dit tijdsgewricht vond, pakweg zes jaar na zijn dood in 2009. Tijdens het gesprek kwamen stevige thema’s ter sprake, zoals IS, milieu en de wereldeconomie. Het wat mij betreft briljante van de film was dat de antwoorden van Michael louter bestonden uit zinnen uit zijn liedjes. You know, I am a lover, not a fighter, of they don’t really care about us, waarna steevast een shot volgde van uitzinnige fans. Het bracht me op het idee om een bundel te schrijven over die andere king: Elvis, en zijn kijk op deze maatschappij.

Ik moet er nog aan beginnen, maar het lijkt me een mooie klus.

Verhalen vertellen

Bij fotofestival Unseen, bij een tentoonstelling van louter Japanse fotografen werd ik door een enthousiaste standhouder bijna tegen fotograaf Junpei Ueda aangedrukt, zo van praten maar. Kwam vast doordat ik wat langer stilstond bij zijn serie Picture of My Life. Een werk van schilderkunst, tekeningen en fotografie, dat gewijd is aan zijn ouders, die beiden zelfmoord pleegden toen Junpei 21 was. De nu 40-jarige heeft het – meen ik – een plek kunnen geven:

It is then I sense my parents are still here with
me and I get a feeling of happiness, like I am being watched over.
If you are able to share your love for someone, perhaps you never really die.


Junpei sprak gebrekkig Engels en dus sprak ik gebrekkig terug. Ondertussen bladerde ik door het boek dat over de serie is gemaakt, onder toeziend oog van de kunstenaar. Dat is lastig, kan ik je zeggen, of je ter plekke een oordeel moet vellen, of ten minste je bewondering moet uitspreken (mits oprecht). Maar het sprak me aan. Of ik het boek kon kopen, vroeg ik. Dat kon, maar dan wel contant (want geen pinapparaat in de buurt). Junpei zei me dat het maar 58 euro kostte. Koopje, dacht ik. Navraag bij de standhouder leverde een bedrag van 580 euro op.

Fotograaf doet "kunstig"

Soms werkt het niet, bleek na de tentoonstelling Landscape with Tree van modefotograaf Jamie Hawkesworth in Huis Marseille. Veel herhaling, geforceerd kunstig en ontbrekende context (en ook simplistische begeleidende teksten). Huis Marseille biedt doorgaans gestileerde tentoonstellingen, gepolijste fotografie die door de goed ingedeelde ruimtes ook goed uitkomt. Bij Jamie Hawkesworth dacht ik steeds: o jee, deze fotograaf wil aan kunst doen. Dus fotografeert hij in de Transsiberië Express mensen alleen “van achter”, dat je wel begrijpt dat er een concept is. Of hij gaat een weekend “embedded” in een busstation om eindeloos portretten van passanten te maken. Zelf zegt hij:

De portretten van de voorbijgangers in het busstation zijn een blauwdruk geworden van mijn fotografische praktijk: daar heb ik geleerd over licht en heb ik geduld leren oefenen om te wachten tot een ontmoeting plaatsvindt. Daar heb ik geleerd om vreemden aan te spreken en de schitterende details vast te leggen waardoor ik werd aangetrokken. Daar werd ik me bewust van de essentiële en alchemistische mogelijkheden van fotografie, waarmee het toeval en het vluchtige kan worden vertaald en vastgelegd.

Een fotograaf die met mensen moet leren omgaan en pas op straat leert hoe hij licht gebruikt… Jaja. Deze Jamie is heus een goede fotograaf, maar hier in huis Marseille kreeg hij de ogenschijnlijk onmogelijke opdracht om meer dan één bladpagina te vullen. Dat lijkt hem in elke ruimte te overvallen. Dus doet-ie een landschapje, wat naakte dikke dames met gekke mutsjes, en ach waarom niet … enkele ruimtes busstation! Ik weet niet hoezeer Huis M begeleidt, maar meer richting geven had wat mij betreft geholpen.

Waakzaam en dienstbaar

Voor de presentatie van Nanne’s nieuwe bundel Permutaties ‘ging ik op chic’ met een zwart pak, wit overhemd en zwarte das. Even ervoor een hapje eten. Collega Ilvy woont in Utrecht en is stamgast bij De Rechtbank, waar zij regelde dat ik ondanks alle drukte toch een tafel voor één kon krijgen. Maar alleen eten, dat ligt jaren achter me. Ook had ik geen boek om me in te verschuilen. Dus dan maar zo nonchalant mogelijk. Er kwam een andere man binnen, die de tafel naast mij had gereserveerd, ook voor één: Antoine Bodar. De man die niet schroomt te spreken over Christus en Zijn Kerk en om zaken bij de naam te noemen. Hij hield het bij bitterballen en twee glazen droge witte wijn. Zo ontspannen kun je alleen maar zijn als je weet dat je wordt beschermd. Hoewel ik vermoed dat hij God als zijn hoeder ziet en niet die uiterst alerte man in dat zwarte pak naast hem.