Ik begin erg vroeg en zie de collega’s dan zoetjes aan binnendruppelen. Maar vandaag gebeurde dat niet. Alleen de hoofdredacteur en een social media redacteur kwamen opdagen. Wat bleek? De dag ervoor kwam de mededeling dat, als je wilde, je vanwege het coronavirus thuis mocht blijven. Benieuwd hoe lang dat mag duren, want de gekte rond het virus is nog niet voorbij. Heel ons team moet op piket voor het geval er dingen gebeuren. Ik las eerder in de Volkskrant dat de berichtgeving rond het virus gevaarlijker lijkt dan het virus zelf.

Het virus gaat er zeer waarschijnlijk wel voor zorgen dat onze reis naar Japan niet doorgaat. Je komt er wel, maar de kans dat eind april nog alles dicht is, is groot. We hebben alleen de vliegreis geboekt. De hotelreserveringen kunnen we annuleren. We hielden er al rekening mee dat geld  kwijt te zijn, maar KLM – en dat vind ik echt erg goede service – biedt een voucher aan dat een jaar geldig is, voor het bedrag dat we kwijt zijn aan de Japanvlucht.

Heb mijn vader nog gebeld. Dan zeg ik alleen maar hallo en hij zegt direct dat ie me niet goed verstaat  En dat een paar keer, ook als ik hardop en langzaam praat. Ondertussen laat ie wel de tv aanstaan. Ouwe baas.

De Bijlmerbajes is bijna niet meer. Van de acht torens staan er nog twee overeind, amper overeind. Ook worden de bijgebouwen gesloopt. De berg gruis oogt opvallend fijn.

De orthopeed die mijn voetzolen mat voor nieuwe steunzolen, schatte maat 46 goed in en vertelde over de verschillen in maten tussen Adidas en Nike. Adidas is Duits, legt hij uit en dus is maat 46 precies 46. In Amerika echter vinden mannen een kleine schoenmaat niet mannelijk en is onze maat 46 daar maat 48. Eerder sprak ik met de eigenaar die bij de kassa koffie zat te drinken (‘ik werk hier niet, ik ben stagiair’) over het coronavirus en dat hij voorlopig niet naar zijn huisje in Italië gaat. En hij vermijdt sportscholen en schudt geen handen.

Ik was vrijdag zeer efficiënt. Eerst leverde ik de nieuwe bundel af bij mededichter Gert, toen naar de fietsenmaker voor een onderhoudsbeurt van mijn racefiets, gevolgd door een bezoek aan de steunzolenman. En daarvoor naar de sportschool. Ook maakte ik nog een knullig filmpje voor bij mijn bundel.

Op Meander las ik een niet heel goed opgebouwde column over het wel interessante fenomeen van de minder goede dichter. In het artikel wordt de tweederangs dichter door Komrij allerlei fouten aangemeten, die slechte poëzie gelijk stelt aan een slechte dichter.

Slechte poëzie is bombastisch, gaat over maatschappelijk onrecht waardoor de dichter zich kan ‘zonnen in de gunst van een tijdelijk van z’n kritisch vermogen verlamd publiek.’ Slechte gedichten zijn […] belerend. Niet bedoelde humor is het volgende kenmerk. Epigonisme, het nadoen van (slecht begrepen) voorbeelden hoort er ook bij.

Het artikel opent met De Coninck die tweederangs dichters vakkundige dichters noemt van wie de gedichten kwalitatief ‘een heel behoorlijk gemiddelde’ hebben, maar bij wie hoogtepunten ontbreken.

Over dat laatste punt moest ik nadenken, want wie bepaalt wat een hoogtepunt is, wat kwaliteit is? In de Nederlandse poëziescene is de norm dat je pas goede poëzie schrijft als je wordt uitgegeven door een grote uitgever. Dan is alles wat je schrijft goud. Ik ken veel dichters bij wie dat niet klopt. Dat komt meestal door gemakzucht, schrijven naar de opdracht (een nieuwe bundel) toe.

Een derde- of vierderangs dichter heeft daar geen last van. Ik ervaar geen enkele druk om te publiceren en doe gewoon “mijn ding”. En wat helemaal erg is: ik vind elke nieuwe bundel een hoogtepunt, met louter hoogtepunten. Die eigenschap heb ik gemeen met de bekende dichters: zelfgenoegzaamheid. Nu nog iemand vinden die dat punt in een recensie ondergraaft.

P.S. Dit is een heel gemakzuchtige column.
P.S. We hebben de auto zo lang niet gebruikt dat ie niet meer wil starten. De vraag of we nog een auto nodig hebben, klinkt steeds vaker.

Bij ons is de kantoorhumor op hoog niveau. Er wordt ad rem gereageerd, spitsvondig en op selecte momenten trekt iemand een opmerking nog wat verder, zodat iedereen stilvalt en de grap pas na twee seconden landt. Maar vandaag niet. We zongen My Corona, op de melodie van My Sharona en lachten stupide om de naam Woodwing, wat een normale naam is voor een normaal programma, maar we lazen een indianennaam en deden alsof we een vredespijp rookten.

Grappig vind ik ook het naambordje op de trap tussen de vierde en vijfde etage. De trap is plots een brug geworden, vernoemd naar de inmiddels vertrokken directeur van ons bedrijfsonderdeel.

Ik zag in ons bladenrek geniete A4’tjes waarop de overheidscreatieleer wordt gepredikt. Ik ben geen fan van het creationisme, want de aardse leven is niet het resultaat van een scheppingsdaad, maar de overheid is wel bedacht en het gissen naar die schepper gaf mij extatische voldoening.

We krijgen sinds enkele weken een motivatiemail, van een betrokken collega. Hij geeft telkens een weekopdracht, dit keer over goede voornemens en dat we elkaar daarbij moeten helpen. Hij doet dat door plakpapiertjes neer te leggen, met hartenkreten. Hij werkt toe naar 1 maart. Dan is het complimentendag. Onze dienst faciliteert dat intern met complimentenkaarten en -posters. Dat we kanjers zijn. En dat vind ik erg grappig. Hoog niveau… ik zei het u al. We mogen trouwens binnenkort op dienstensafari, langs de vijf grote. Ook erg grappig.

Bij uitzondering vandaag niet naar bodycombat gegaan, vrijdag was het zwaar genoeg, maar wel een lange wandeling door de stad gemaakt. Zouden we vaker moeten doen.

Donderdag naar een ambientconcert geweest in De Duif van A Winged Victory For The Sullen + Daniel Wohl. Erg mooi, maar elk nummer wordt aan het ander geregen, zodat je snakt naar pauze. Die kwam er niet, wel een moment om de band te introduceren, zodat ik mijn kans schoon zag, twintig minuten voor tijd.

Grootste deel van de zaterdag en zondag aan mijn nieuwste bundel gewerkt, Songbook, en voorwaar … hij is klaar, en besteld: 25 stuks. Binnenkort in dit theater.

‘We gaan eerst genieten van de mooie Seine en bespreken ’s avonds hoe veilig Nederland en Europa zijn, 75 jaar na de bevrijding.’ Dat zegt een NAVO-generaal buiten dienst over de Seine-cruise die hij zal begeleiden, dwars door Parijs naar Normandië.

Mensen hebben stopwoordjes, soms zelfs stopzinnen, zoals het meisje in de trein dat tussen Bijlmer en Amstel, misschien vier minuten, elf keer zegt: “Begrijp je me wel?”

Ik zou een collega spreken voor een artikel, maar die schuift op het laatste moment een andere collega naar voren. Geen punt, vind ik, en ik voer het gesprek. Daarin zegt ze dat ik veel dingen niet mag opschrijven, dus beperk ik me tot wat wel kan. Vandaag belt ze in paniek dat het te eenzijdig is en dat – als het niet anders – ze niet meer wil meedoen. En zo lukt er meer niet de laatste tijd. Ik stop veel tijd en energie in werk dat niet wordt gebruikt, of sterk verandert. Nu ja.

Een dag om binnen te blijven, wat nooit erg is; genoeg te doen. Wachten op een bestelling, boodschappen doen, huis aan kant brengen en een template van Lulu.com gedownload. Maar ik kreeg een Word-template waar ik een opmaakprogramma wilde, dus toch naar Blurb. Wonderwel kan ik in dat programma afbeeldingen toevoegen en bewerken. Vooral het componeren is leuk. Twee pagina’s klaar…

Roos had vandaag veel overleggen, waaronder een drogeworstenoverleg. Heet dat echt zo, vroeg ik? Ja. Ben Your Daily Fake Poetry aan het lezen, het chapbook van Bob Vanden Broeck dat bij Gaia uitkomt. Het leest als documentaire poëzie en is duivels goed samengesteld. Een fragment.

Ik volg hem wel, hij stuurt mij, maar hij wordt ook door mij gestuurd. Kan ik zien of ik al slachtoffer geworden ben? Aanvallen laten geen sporen na, er ontstaat een mise-­en­-scène, of beter: een mise-­en-­situation, waar bepaalde dingen zich ontwikkelen. Het is een vreemde uitwisseling.

Begonnen aan het tweede boek van Dörte Hansen, Middaguur. Roos is naar tekenles en ik moet de krant nog lezen…

Waterland, de streek waar ik ben geboren (met Purmerend als de “hoofdstad”), wordt door city marketeers voortaan gepromoot als Amsterdam Wetlands. Het idee is het toerisme hiernaartoe te stimuleren, om de druk op de hoofdstad zelf te verlagen. Nu bezoek ik zelf geregeld een buitenlandse hoofdstad, voor bijvoorbeeld een week. Dat biedt meer rust in de vakantie en je oriënteert je beter op wat er nog meer is. Trek je die gedachte door, dan zijn The Amsterdam Wetlands een prima voorstel. Maar op de onnodige Engelse naam (Water Land zou volstaan) na, is er het besef dat de gemiddelde bezoeker maar 2,2 nachten in Amsterdam verblijft. En dan moeten ze naar een museum, de Wallen, een rondvaart maken, de Albert Cuijp en een jointje roken. Maken ze al een uitstapje, dan naar Volendam of Marken, die – o fortuin – in de natte landen liggen. Het is een illusie te denken dat de toerist andere plannen heeft dan de stad bezoeken. City marketing is in dit geval overbodig, zoals ook Amsterdam Beach overbodig is. Zou ik Zandvoorder zijn, dan deed ik Amsterdam een proces aan de broek, wegens inbreuk op de identiteit. Ook al is dat politiek erg beladen …