Bij uitzondering vandaag niet naar bodycombat gegaan, vrijdag was het zwaar genoeg, maar wel een lange wandeling door de stad gemaakt. Zouden we vaker moeten doen.

Donderdag naar een ambientconcert geweest in De Duif van A Winged Victory For The Sullen + Daniel Wohl. Erg mooi, maar elk nummer wordt aan het ander geregen, zodat je snakt naar pauze. Die kwam er niet, wel een moment om de band te introduceren, zodat ik mijn kans schoon zag, twintig minuten voor tijd.

Grootste deel van de zaterdag en zondag aan mijn nieuwste bundel gewerkt, Songbook, en voorwaar … hij is klaar, en besteld: 25 stuks. Binnenkort in dit theater.

‘We gaan eerst genieten van de mooie Seine en bespreken ’s avonds hoe veilig Nederland en Europa zijn, 75 jaar na de bevrijding.’ Dat zegt een NAVO-generaal buiten dienst over de Seine-cruise die hij zal begeleiden, dwars door Parijs naar Normandië.

Mensen hebben stopwoordjes, soms zelfs stopzinnen, zoals het meisje in de trein dat tussen Bijlmer en Amstel, misschien vier minuten, elf keer zegt: “Begrijp je me wel?”

Ik zou een collega spreken voor een artikel, maar die schuift op het laatste moment een andere collega naar voren. Geen punt, vind ik, en ik voer het gesprek. Daarin zegt ze dat ik veel dingen niet mag opschrijven, dus beperk ik me tot wat wel kan. Vandaag belt ze in paniek dat het te eenzijdig is en dat – als het niet anders – ze niet meer wil meedoen. En zo lukt er meer niet de laatste tijd. Ik stop veel tijd en energie in werk dat niet wordt gebruikt, of sterk verandert. Nu ja.

Een dag om binnen te blijven, wat nooit erg is; genoeg te doen. Wachten op een bestelling, boodschappen doen, huis aan kant brengen en een template van Lulu.com gedownload. Maar ik kreeg een Word-template waar ik een opmaakprogramma wilde, dus toch naar Blurb. Wonderwel kan ik in dat programma afbeeldingen toevoegen en bewerken. Vooral het componeren is leuk. Twee pagina’s klaar…

Roos had vandaag veel overleggen, waaronder een drogeworstenoverleg. Heet dat echt zo, vroeg ik? Ja. Ben Your Daily Fake Poetry aan het lezen, het chapbook van Bob Vanden Broeck dat bij Gaia uitkomt. Het leest als documentaire poëzie en is duivels goed samengesteld. Een fragment.

Ik volg hem wel, hij stuurt mij, maar hij wordt ook door mij gestuurd. Kan ik zien of ik al slachtoffer geworden ben? Aanvallen laten geen sporen na, er ontstaat een mise-­en­-scène, of beter: een mise-­en-­situation, waar bepaalde dingen zich ontwikkelen. Het is een vreemde uitwisseling.

Begonnen aan het tweede boek van Dörte Hansen, Middaguur. Roos is naar tekenles en ik moet de krant nog lezen…

Waterland, de streek waar ik ben geboren (met Purmerend als de “hoofdstad”), wordt door city marketeers voortaan gepromoot als Amsterdam Wetlands. Het idee is het toerisme hiernaartoe te stimuleren, om de druk op de hoofdstad zelf te verlagen. Nu bezoek ik zelf geregeld een buitenlandse hoofdstad, voor bijvoorbeeld een week. Dat biedt meer rust in de vakantie en je oriënteert je beter op wat er nog meer is. Trek je die gedachte door, dan zijn The Amsterdam Wetlands een prima voorstel. Maar op de onnodige Engelse naam (Water Land zou volstaan) na, is er het besef dat de gemiddelde bezoeker maar 2,2 nachten in Amsterdam verblijft. En dan moeten ze naar een museum, de Wallen, een rondvaart maken, de Albert Cuijp en een jointje roken. Maken ze al een uitstapje, dan naar Volendam of Marken, die – o fortuin – in de natte landen liggen. Het is een illusie te denken dat de toerist andere plannen heeft dan de stad bezoeken. City marketing is in dit geval overbodig, zoals ook Amsterdam Beach overbodig is. Zou ik Zandvoorder zijn, dan deed ik Amsterdam een proces aan de broek, wegens inbreuk op de identiteit. Ook al is dat politiek erg beladen …

Niets gedaan, althans weinig, beetje huis schoonmaken, sporten, kranten lezen, spotjes besteld voor in de slaapkamer. Nog wel mijn bundel gestuurd naar Meander in de hoop op een recensie. En er is het vooruitzicht dat de vrijdag vanaf eind februari weer mijn vaste vrije dag wordt, zoals vroeger en lang daarvoor, in een ander werkend leven.

Ik kocht de bundel van Maarten van der Graaff en kreeg het poëzieweekgeschenk erbij. Ik las tien gedichten, maar het voelde niet als een geschenk.

Voor de bundel waaraan ik werk, heb ik Illustrator nodig en dus stelde ik Roos voor om dat programma te kopen. Maar dat kan niet meer, zei ze. Je kunt je er in the (de?) cloud wel op abonneren, voor 30 euro per maand. Wordt bezit ook al moeilijker? We kochten uit balorigheid een cd van Peter Fox, Stadtaffe. Nu nog uitvogelen waarop we die kunnen afspelen.

Titels bedenken voor mijn nieuwe bundel gaat heel gemakkelijk: Comic Life, The Batman Chronicles, Songbook, maar met titels komt een beetje verstandig dichter natuurlijk pas achteraf.

Mijn 1 euro boodschappentasje met grijze panterprint leidde bij binnenkomst in Perdu direct tot gegniffel bij uitgever Nanne Nauta en dichteres Astrid Lampe, want eenzelfde print staat als een bies op de achterkant van Astrids bundel ‘een sterke suikerlobby’; wat uitgegeven is als extra poëzieweekgeschenk, maar betiteld wordt als alternatief.

Later ging het gesprek over dierenprints en waarom vrouwen die dragen (kracht) en mannen niet per se en dat die prints overal opduiken, misschien omdat de dieren zo zoetjes aan naar de gallemiezen zijn geholpen en dat we er iets van willen behouden. Ook legde iemand uit wat donkere energie is en dat dit ons omgeeft. Daarvoor kwam de poëzie zelf aan bod. Astrid legde criticasters over de knie die haar poëzie zien als knip- en plakwerk, wat niet de essentie is en sowieso niet de opzet. Er werd gesproken over niet-poëzie, ideeën en indrukken die leiden tot, en dat er een nieuwe poëzie is ontstaan, achter de computer, toch geëngageerd, met beeld en geluid en veel componeren en opnieuw zetten.

Mijn naam viel, als uit het fonds van uitgeverij crU, en mensen keken naar me alsof ik een dichter was. En ik had moeten voordragen, maar had mijn bril niet bij me en zei, nee, dank u mevrouw, ik zet die groene bril van u niet op. Er worden foto’s gemaakt.
Bas Geerts, dichter en kunstenaar (en bodycombatter) was er ook. Hij gaf me een goede tip voor hoe ik de witruimte van .jpegs snel kan wegkrijgen. Aan zo’n man heb je wat. Het gaf de middag nog meer zin.

antti

Het zijn de eerste barsten in de Oostenrijkse gastvrijheid, constateerde zwager Theo. Bij een diner voor de deelnemers aan het kunstfestival minus20degree gaf iemand geld om af te rekenen, maar gaf de ober geen wisselgeld terug. ‘Omdat je hier altijd fooi moet geven’, zei de ober. En er was een taxichauffeur die de afspraak niet nakwam, van 5 euro per persoon voor brengen en terugbrengen. Hij bracht ons, maar wilde direct weg. Na aandringen bleef hij toch wachten, om aan het eind van de rit een extra bedrag te vragen. De Landesminister Salzburg zat ook in de taxi en sprak er schande van. Oostenrijkers willen deze banen niet, dus moet je wel met Oost-Europeanen in zee, was de teneur. Die bevolken inmiddels ook de pisten.

Het waren de enige smetjes op een fijne week. Op de aankomstdag sneeuwde het flink, wat prima sneeuw opleverde voor de rest van de week – en er was elke dag zon. Het plezier zat ook in het kunstfestival, dat dit jaar voor de vijfde keer werd gehouden. Zwager Theo Deutinger organiseert het (gesteund door zijn vrouw Monique Leenders), met onder anderen architecten Stefanos Filippas en Ana Rita Marques. Dit jaar werden negen kunstwerken gepresenteerd rond het thema Global Village (dat voor drie dragen bestond, gebouwd door studenten uit Münster). Er was onder meer werk van de fin Antti Laitinen, die landschapskunst maakt. Dit keer transformeerde hij een boom. Op zoek naar het perfecte exemplaar (10 kilometer verderop, vandaar de taxirit) zag hij een bevroren meer, waarop hij vroeg waarom niemand gaten in het ijs hakt, zodat je er kunt zwemmen.

Naast mijn eigen poëziebijdrage aan het open podium was er nog het absurde theater van Wolfgang Obermair en Peter Fritzenwallner. Ze hadden gedurende het festival een aantal performances, met op de laatste dag een processie naar de ingang van het dorp waar een kunstberg staat als poort naar Flachau. Je kunt er naar binnen, hadden de kunstenaars uitgevonden, die de stoet (onder wie Roos en ik) de berg inleidden. Daar was poppenspel en zongen de processiegangers in canon Das Ende ist Nah, Das Ende is Nah Hurra, Hurra, Hurra.

Het einde diende zich niet direct aan, maar zo het komt, dan was u gewaarschuwd. We hebben erg hard gezongen.