Malek F stak op 5 mei 2018 op straat in Den Haag drie mensen neer. Hij verklaarde dat ’een vogel’ hem had ingefluisterd dat hij mensen moest doden. Ook gelooft hij dat  satanisten hem achtervolgden en zag hij visioenen van ’vrouwen uit de hemel’. Als het niet zo gruwelijk was, zou het sterk proza zijn. Vrijdag na het werk op het terras een pilsje gedronken met mijn schoonvader en Roos. Daar Barend en Annemarie van Silver Portrait Store weer ontmoet; de mensen die Roos en mij zo mooi portretteerden.

Zaterdag weer eens gefietst, naar mijn vader in Purmerend, die er helaas niet was, maar dat is een goed teken, want meestal is ie dan onderweg met de bus voor een toertochtje dat De Rusthoeve een paar keer per maand organiseert. Dat gebeurt de laatste tijd vaker, dat ik wil langsgaan en hij er niet is. Hopelijk kan hij de komende hitteperiode goed aan.

Vandaag gesport, eigenlijk was het te warm, waarna ‘zwager’ Theo Deutinger belde dat ie in de stad is. Hij was deze week gids voor een twaalftal Oostenrijkse architecten die Nederland bezochten, vooral Rotterdam en die afsloten in Amsterdam. Hij bereidt intussen het kunst- en architectuurfestival minus 20 degrees voor, dat volgend jaar in Flachau zijn lustrumjaar beleeft. Wie weet kan ik ook wat inzenden, want poëzie stond als van de weinige kunsten daar nog niet op het programma.

Of ik tot slot kon vertellen wat de drie dagen mentale kracht mij brachten, vroeg de trainer zeer gericht aan mij, wat me verraste, want waarom niet een ander gevraagd. Of was ik weer te nadrukkelijk aanwezig? Ik gaf een antwoord waar de groep zich wel in kon vinden, waar een andere collega terecht aan toevoegde dat ze collega’s heeft leren kennen met wie ze zelden samenwerkt. Leuk dus, wat ook bijval kreeg.

Terugfietsend sprak ik met een andere collega nog over suiker, dat in veel producten zit (zestien klontjes in een witbrood). Suiker is het nieuwe gif, de sluipwesp van de dood (dramatisch genoeg?). Wat de collega stoorde, was dat de trainer die ons voedseladvies gaf deed alsof suikerreductie moeilijk is, onvermijdbaar haast. Daar had hij bij nader inzien iets over willen zeggen, dat je kunt beginnen door onverpakt voedsel te kopen, zodat je weet dat er verder niets inzit of aan is toegevoegd. Helder punt!

In Barcelona hebben Roos en ik heerlijk gegeten en zelden gesnackt. Op het vliegveld wilde ik wel wat zoetigheid. Ik bestelde bij de koffie een enorme donut, tjokvol Nutella en daaromheen een laag chocolade. Een paar minuten nadat ie op was, kreeg ik het Spaans benauwd, want al die energie kwam vrij. En tien minuten daarna werd ik heel slaperig. Het was een sugar rush zoals ik nooit eerder heb gehad.

Wat ik ook hoorde: je hebt lichte slaap, gewone slaap, diepe slaap en remslaap. Voor een goede nachtrust moet je minstens vier slaapfases doorlopen. En zei, de trainer, door één eenheid alcohol raak je één slaapfase kwijt. Dus moet ik na de suiker ook de alcohol laten staan, en o nee, in wijn zit ook suiker…

Thuis deed ik een hazenslaapje. Die was ze vergeten te noemen.

Met Roos binnen twintig minuten en zonder gedoe een tv-kastje in elkaar gezet, dat niet van Ikea kwam en daarom moeilijker in elkaar zat. Roos heeft veel meer technisch inzicht dan ik, dus ik volg haar aanwijzingen altijd keurig op.

Bij uitzondering keek ik naar vrouwenvoetbal, maar na een halfuur was het genoeg. Wat de Oranje Leeuwinnen lieten zien, was meelijwekkend slecht. Slappe steekpassen, passes waar niemand op kan lopen, spelers die het erbij laten hangen omdat het even niet lukt… Dit team wordt geen wereldkampioen.

Nieuwe serie aan het kijken: Zone Blanche, wat zich afspeelt in de bergen rond Villefranche. Het deed me denken aan een fotoserie die we vijf jaar geleden in het Maison de la Photographie in Lille zagen, waar ik toen dit over schreef.

Jean-Claude Romand pretendeerde 18 jaar lang dat hij een arts was en een vooraanstaand onderzoeker bij de World Health Organization. Achttien jaar lang liet hij vrienden en familie geloven dat hij naar zijn werk ging, terwijl hij in werkelijkheid (in zijn auto) tochten maakte in de omgeving (Jura). Soms bleef hij uren op een plek om ’s avonds weer terug te keren bij zijn vrouw en twee dochters.

Op een dag kon hij niet langer met het bedrog leven, waarop hij zijn vrouw en dochters doodschoot. Hierna reed hij naar zijn ouders die hij tijdens het avondmaal eveneens doodschoot. En de hond. De dag erna probeerde hij zijn voormalige maîtresse te wurgen. Dat lukte niet, waarna hij haar simpelweg zijn excuses aanbod en naar huis reed. Daar nam hij slaappillen in (ver over datum!) en stak hij het huis in brand. Brandweermannen konden zijn leven redden. Romand kreeg levenslang.

Tijdens een fototentoonstelling in Lille zag ik de foto’s die Romand tijdens zijn ritten nam. Ik wist nog niet wat hier speelde en vond de serie duister, vreemd, maar ook romantisch en mooi geënsceneerd. Later werd ik geconfronteerd met mijn eigen perceptie van wat werkelijk is. Nog meer vroeg ik mij af welke absurd-geniale geest besloot de foto’s te bewaren en ze als kunst te presenteren.

We often say that you have to live with misunderstandings, and often we have been quite comfortable with them.

‘Dan kan ie eindelijk gamen!’ Voor ons staan vader en zoon uit Amsterdam Noord om de tv op te halen die we op Marktplaats hadden aangeboden. Eerder was een bod gedaan en iemand zou hem ophalen, maar die persoon kwam niet opdagen. Zoon P. wel. Intensief contact met Roos ging eraan vooraf. Mails, telefoontjes via een vaste lijn over de technische staat van de tv. En of ie hem dan donderdag mag ophalen. Roos vraagt nog of ze met de auto komen, want de tv is groot. Nee, daar had ie wat op gevonden. En of hij om 14.00 uur mag langskomen. Sorry. Liever later. Het wordt 20.00 uur. Vlak voor de deadline verstrijkt, belt een 06 dat ze (iemand erbij?) nabij het Rembrandtplein zijn. Voor ons vijf minuten lopen, dus met een kwartier zijn ze er wel. Rond 20.45 uur een belletje: we komen eraan. Om 22.15 uur dan de verlossing: ‘We staan voor de deur.’

Als we opendoen, staan daar twee kleine mannen: P. en zijn vader, met een fiets en een boodschappentrolley waarvan de tas is afgehaald. Ik zeg dat zoiets wel handig is, waarna we een kwartier lang het wel en wee van vader en zoon aanhoren. Vader hartaanval, werkloos, veel wandelen, P. werkte op een zorgboerderij, maar moet weer solliciteren bij de plantsoenendienst, waar ook vader werkte. Die gescheiden is. En in Amsterdam Oost woont, ‘waar het door die “kut[…}kanen” steeds slechter gaat’. Ze hadden zojuist in de supermarkt zijn rugzakje proberen te openen en toen had hij heel hard AJAX geroepen en daar schrokken ze van. Hijzelf ook, dus bood hij zijn excuses aan. Ondertussen trekt P. zijn jas uit, wat zijn hele outfit onthult: een trainingspak met felgroene strepen, het lijken wel bananen. Vader spoort P. nog aan te betalen.

We nemen afscheid. Een kwartier later kijk ik naar buiten en zie ze nog hannesen. En dat moet zo laat nog naar Noord, op de fiets, met de trolley, op de pont. Wat ik ook dacht: wat een oprechte mensen. Aandoenlijk hoe openhartig ze zijn naar vreemden, naar hopelijk niet al te gereserveerde grachtengordeldieren. Dat viel mee, zag Roos.

Gisteren me de tandjes gewerkt aan twee artikelen over ‘gevoelige’ onderwerpen. Ze hadden beide online kunnen gaan, ware het niet dat voor één bericht de bonden nog op de hoogte moesten worden gebracht.

Zometeen naar bodycombat, release 80. Een intensieve sessie, die ik woensdag voor het eerst deed. Ik verzuimde na afloop genoeg te drinken, waardoor ik met afvalstoffen in mijn lichaam zat die heel de donderdag voor een zeurende hoofdpijn zorgden.

Roos is nu naar Rotterdam, voor een bedrijfsuitje. Een mooie vervanging van mijn dagelijkse aanwezigheid in de Maasstad.

Linguïstisch imperialisme lezen we in het MACBA bij een tableau van zestien geschilderde vruchten. Ze verschillen alle in kleur en vorm, hadden ooit een eigen inheemse naam, maar de Spaanse bezetter kende alleen maar abrikozen, waarna alles abrikoos werd. Het fenomeen komt overal ter wereld voor, bijvoorbeeld waar tweetalige plaatsnamen verplicht zijn, zoals in België en in Friesland. En op de universiteiten waar Engels de voertaal wordt, maar dat heet dan vriendelijker culturele overheersing.

Barcelona liet zich minder gemakkelijk ontsluiten dan andere Spaanse steden, vonden Roos en ik. Maar we kregen de vinger er niet achter, waar dat in zat. We weten dat je stad waar je bent tekort doet als je haar vergelijkt met andere steden, dat Madrid mooier is, Sevilla liefelijker, Malaga vriendelijker, en ook die vergelijkingen vereenvoudigen te veel. Op onze laatste avond aten we in een goed restaurant, pakweg 600 meter van ons appartement. Op de weg terug liepen we door een verrassend leuke wijk, met cafés, winkels, graffiti her en der, een enorme markthal. We zagen Berlijn voor ons, zeiden dat ook, maar vonden op dat moment een reden om terug te keren.

In een van de musea werd een oude man rondgereden in een rolstoel van het merk Karma. Karma is a bitch, dacht ik. Nee, wacht … Karma is een trut.

IMG_1533Niet die ene wijk.