Roxeanne Hazes heeft zelfliefde ontwikkeld door aan zichzelf te werken.
Froukje de Both durfde vriend bij eerste date niet aan te kijken.
Shakira ging naar Lourdes om haar stem terug te krijgen.
Tim Hofman: ‘Het voelt eindelijk alsof mijn lijf weer van mij is.’
Rapper T.I. laat maagdenvlies van dochter controleren.
Angelina Jolie: ‘Mijn kinderen hielpen mij mezelf weer te vinden.’
Kylie Jenner eist straatverbod voor man met glazen pijp.
Natasja Froger overweegt om kleiner te wonen.
Diddy leerde dankzij DJ Khaled hoe hij van zichzelf moet houden.
Sharon Osbourne kon mond niet voelen en bewegen.
Tanja Jess vindt zichzelf emotioneel vrij stabiel.
Keira Knightley kijkt geen nieuws meer na haar bevalling.
Floortje Dessing gaat na lange reis direct op bezoek bij ouders.
Miley Cyrus haalt uit naar mensen die haar slet noemen.
Tom Egbers wil na hartinfarct vaker ‘nee’ zeggen.

Een wapenspreuk zoals Nederland die (sinds 1815) heeft met Je maintiendrai (Ik zal handhaven) hebben ze in Oostenrijk niet meer, zei zwager Theo, die met zijn twee dochters kwam dineren. In de dagen van de Habsburgers kon het volk zich wel scharen achter zo’n spreuk, althans, achter de klinkercombinatie a.e.i.o.u., die de Habsburgse keizer Frederik (1415-1493) op veel gebouwen liet aanbrengen. De exacte betekenis is niet bekend, maar gisteren kozen we voor de optie Austriae est imperare orbi universo, ofwel het is aan Oostenrijk de wereld te beheersen.

Oostenrijk is het hart van Europa, meer dan Duitsland. En omdat de wens tot Europese eenwording groter is dan ooit, dachten wij aan Oostenrijk om over ons te heersen. Vriendelijk volk, met conservatieve trekken, wat in ons tijdsgewricht juist zo geliefd is. En het land is te klein voor sterallures zoals de Britten die hebben, dus onderworpen we Nederland vrijwillig aan het Oostenrijks gezag en noemden we Nederland voortaan Niedergau. Het Nederlands mag blijven bestaan, als de variant Alt Hochdeutsch, wat in zijn moderne vorm Neu Alt Hochdeutsch zou kunnen zijn. België werd Belgau, Frankrijk Frangau en zo brachten we alle landen onder één Europees bewind.

Het idee ontstond na een gesprek over de Duitse Eenwording. Algemeen wordt aangenomen dat het IJzeren Gordijn op 9 november 1989 werd opgetrokken, maar dat gebeurde eerder, namelijk op 11 september, toen Hongarije de grens met Oostenrijk permanent opende. Dat gebeurde weer naar aanleiding van de zogeheten Pan-Europese Picknick, een vredesdemonstratie die op 19 augustus 1989 werd gehouden op de grens tussen Oostenrijk en Hongarije, nabij de stad Sopron. Die dag werd de grens tussen Oost-Europa en West-Europa voor het eerst in jaren drie uur opengesteld. In die tijd vluchtten meer dan zeshonderd DDR-burgers, als toeristen naar Hongarije overgekomen, naar de vrijheid.

O ja, Oostenrijk verandert ook van naam en wordt Supergau.

‘Meneer, meneer, mag ik u wat vragen?’ Voor me staat een vriendelijke heer; uit Noord-Afrika zegt ie later. ‘Meneer, kunt u mij uitleggen wat AOW is en oudedagsvoorziening?’ Heb ik weer, dat ik kennelijk oud genoeg ben om als AOW-kenner te worden gezien. Ik leg hem zo goed mogelijk uit wat ik weet, waarna hij zegt dat ie een brief heeft gekregen. Volgend jaar mei gaat ie met pensioen. ‘U moet weten, ik heb hier lang gewerkt. Ben in 1968 gekomen en was lasser in Rotterdam. Ik krijg volpensioen, heb hard gewerkt.’ Ik wijs hem erop dat ie beter kan bellen met zijn pensioenfonds voor meer uitleg, maar hij bedankt me al, verontschuldigt zich drie keer voor het storen en geeft me een hand. Senioren onder elkaar.

Zag vanmorgen een documentaire uit 2016 over 9/11, vijftien jaar later. Aan het woord kwamen Vlamingen en Nederlanders die daar toen woonden. Ze zochten plekken op waar ze op het moment van de ramp waren en waren opnieuw geëmotioneerd, evenals enkele New Yorkers. Er kwam een reli-groepje in beeld dat bij Ground Zero de Lieve Heer om steun vroeg, waarna werd gezegd dat Amerika er sterker door was geworden. Ik vind Amerika vooral angstiger. Met Trump als belangrijkste (en hopelijk laatste) exponent.

Op 9/11 werkte ik in Dublin, voor het callcenter van UPS. Mijn dienst was net begonnen toen we met grote spoed naar buiten moesten. Alsof het gebouw in Tallaght ook een doelwit kon zijn. Later op de dag – er moest wel gewerkt worden – werd de volle omvang van de ramp duidelijk.

Het was slechts een kortstondige blik
op de draadomheining naast de bank
met doffe explosies als een klank
die wij niet direct als geluid begrepen

maar als ​​een aantrekkelijke scene
voor bezoekers om hun eigen soundbites
te versterken met opgenomen vogelsongs

een gedisciplineerde nasynchronisatie
vol controle waarin de gevederde kop
verdacht heen en weer wiegelt op de romp
het geluid ons herinnert aan een voorwaarde.

De reis naar Zwolle moest kalm verlopen, een uurtje treinen en ondertussen genieten van de Oostvaardersplassen, maar in Amsterdam begon een vrouw voor mij aan een lang belgesprek over een driehoeksrelatie. Er was een zij die bedreigde, die de boel verdraaide en besodemieterde en ze moest niet zeuren want ze had toch een vent. Bijna bij Lelystad kreeg het gesprek een draai toen de vrouw zei dat zij op een ander type vrouw viel (degene met wie ze belde) en dat het nooit wat met die ene kon worden. Er was wat geflirt over donker haar en blauwe ogen en dat die andere haar zo goed begreep en dat zij best volwassen was voor haar leeftijd, slim zelfs, maar dat ze iemand nodig had die haar af en toe corrigeerde, want ze zag alles zwart-wit. Het gesprek dommelde in, tot de coupé opveerde door de uitbarsting DAT ZIJ TOCH NIET DEGENE WAS DIE EEN TRIOOTJE WILDE…

Ik ging naar Zwolle voor een weerzien met poëziekompanen Gert, Ton en Nanne, met eerst een bezoek aan De Fundatie. Jeroen Krabbé hing daar met gedroomde paradijzen (blèèègh), er waren Congo Tales (gestileerde edelkitsch, muntte Gert later) en er was een multimediale tentoonstelling over onrust, want de wereld verandert snel en dat wordt weer snel gedeeld, wat voor onrust zorgt, aldus kunstenaar Sticks. Er was een studio waar je naar een rap kon luisteren met de herhalende zin: ‘Moet ik me zorgen maken’, wat wij beaamden.

Daarna het echte doel: bier en wijn, in De Refter, waar we werden geholpen door meiden die wat onbeholpen bedienden. We probeerden dat te compenseren door cool te doen waarna een van de serveersters schmierde ‘dat wij heel speciaal voor haar waren’. Het gesprek ging over gesteldheid, die van ons en die van de poëzie, wat we vervolgden in Bella Napoli, wat een breuk was met de traditie van Chinees. We waren er rond zessen, wat vroeg is, maar de eigenaar vond dat helemaal niet gek. ‘In het weekend zitten we vaak om half vijf al vol.’ Er kwam een vrijgezellengroep binnen, zonder de in Amsterdam gebruikelijke uitdossing van de aanstaande bruid. Ook de dood kwam langs en dat ik als jongste de plicht had een gedicht te schrijven voor aan het graf van mijn vrienden. Het was Allerzielen gisteren, maar daar spraken we niet over.

Het leuke van ons is dat we plannen maken en die oprecht willen uitvoeren, en dat dit vaak lukt, maar evenzo vaak niet. Dan laten het heilige moeten varen en neemt het alternatief van lekker niets doen de overhand. Zo zouden we gaan wandelen vandaag, bij een fort nabij Weesp, wat we zouden combineren met de auto wassen. Die moest gewassen, want hij was zo smerig dat iemand een kaartje tussen de ruitenwissers had gedaan dat ie wel interesse had. Stond de auto een week langer, dan waren er advertenties bijgekomen en zou ie de week daarop als wrak zijn afgevoerd. Door even naar de zelf-doen-wasserette te gaan, bespaarden we onze auto een vreselijk lot. Maar na het sporten, was de puf er toch uit en besloot ik de auto zelf door de wasstraat te halen. Daar gekomen droeg ik onbedoeld bij aan het fenomeen dat alleen mannen auto’s wassen. In de soepel werkende autowasfabriek (er waren zeker twintig auto’s die tegelijk werden schoongemaakt) zag ik enkel mannen, met soms een zoon. Ook bij het stofzuigen geen enkele vrouw. Dat laatste mag je vooruitgang noemen, dat dit niet langer vanzelfsprekend de taak is van de vrouw, waarbij gezegd dat ik in huis die rol al jarenlang vervul, uit eigen beweging. Ik maak schoon, Roos kookt de sterren van de hemel.

Heb na het nodige geploeter eindelijk Grand Hotel Europa uit, wat enkel komt door die (te?) gemakkelijke levenshouding van de waan van de dag volgen. Er is altijd iets anders te doen, al is het maar bepalen wat we willen eten. Vandaag een Indiaas visrecept en morgen de tweede keer genieten van de verrukkelijke stoofschotel van donderdag. Ik hoorde zojuist twee keer hard brullen uit de kroegen in de buurt, waardoor ik begrijp dat Ajax twee keer scoorde. Op een of andere manier vind ik voetbal zo wel te pruimen. Roos ging met een vriendin en petekind bij wijze van proef woensdag Ajax Champions League kijken in de kroeg. Ajax verloor (wat ik wist, want ik hoorde geen gebrul) en over toeval ga ik het nu niet hebben.

Het aansnijden van een verjaardagstaart
een uitstapje met de kabelbaan: de beelden
waren zo gewoon dat de buren werd gevraagd
iets voor te bereiden, iets onschendbaars

zingend over een broer, die naar je toekomt
voor geld terwijl buiten in de auto iemand wacht
die hem drugs zal geven om weer te beginnen

de overweging een dorpsgevoel te creëren
waarin druivenbladeren ritselen, een vogel
een streep in de lucht zet, de fontein neuriet
iets dat zich niet voltrekt in een rechte lijn.