Ik zocht naarstig naar een metafoor voor het werk van gisteren. Ik dacht aan mensen die een reis boeken en dat ik de reis verzorg. Vervolgens gaan ze erover klagen. Maar zo was het niet: ik verzorgde de reis, maar het waren kennissen van de boekers die eisten dat ik de reis zou annuleren of omboeken. Er was een ingreep van hogerhand nodig om de reis door te laten gaan. Het kostte me veel energie. Ik ging om 21.00 uur naar bed om er tien uur later uit te komen.

Vanmorgen een vulling vervangen bij de tandarts. Of ik verdoving wilde. Ach, waarom niet. De grote injectienaald die mijn vorige tandarts gebruikte, bleek vervangen door een miniatuurpin die je niet ziet en nauwelijks voelt.

De dag was te mooi om niets te doen. Ik heb een flink stuk gefietst, zestig kilometer via Ouderkerk aan de Amstel, Vinkeveen en Uithoorn. Daarna naar de markt voor een moot gebakken vis. Alles kan een mens gelukkig maken, dacht ik.

Werk zit nieuwe blogs in de weg. Eerst wachtdienst (piket) en nu andere zaken. Ik zocht in antwoord op de gebeurtenissen van vandaag in Utrecht een gedicht van John Ashbery om te vertalen, maar dat zit er niet in. Mede omdat ik piket heb gedraaid en gewoon wat moe ben. Het gapen staat me nader dan het dichten.

Caroline de Gruyter stelt in de NRC dat het misschien maar beter is dat ze gaan, de Britten. De Brexit is geen momentopname, maar het gevolg van een lange, onwillige relatie met Europa. Een relatie die over achttien dagen stopt, of wat later misschien, maar het lijkt onafwendbaar. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als de Brexit doorzet.
Een relatie opbouwen met een land dat niet in de Unie zit, is ten slotte vaker gedaan.

Vandaag een bezoekje gebracht aan mijn vader. Hij lijkt zijn oude routine op te pakken, gaat gelukkig weer mee op de reisjes (bustripjes) die het verzorgingstehuis regelt. Maar een lang gesprek is moeilijk, evenals andere vragen stellen dan gebruikelijk. Woorden zijn triggers voor het eigen verhaal. Vraag ik of hij wel meer eet (doktersvoorschrift, maar dat weet ie niet meer) dan noemt hij steevast het avondmenu op (veel te veel voor me) en weet hij wat amper wat hij bij de lunch at. Zijn verhalen zetten zich vast. Toch zit er nog energie in hem.

De kranten stonden ook zaterdag vol van Real Madrid – Ajax. Maar mensen, het zijn magere tijden als we lyrisch worden over de uitslag van een voetbalwedstrijd. Van hetzelfde laken een pak: houd toch op met die Verstappen en dat zelfs zijn trainingen voorpaginanieuws zijn. Nederland hunkert te veel naar erkenning.

In de Utrechtsestraat liepen twee mannen voor ons en ik vroeg of dat Victor en Rolf waren, waarna Roos zei, ja inderdaad, en ik niet wist hoe ik dat wist.

Vandaag enkele gedichten uit Veulen van bloed en honing gestuurd naar oude liefde Kluger Hans. Een fijn blad waarin ik lang geleden al eens mocht publiceren. Wie weet plaatsen ze mijn keuze. Met twee verkochte bundels kan ik de aandacht goed gebruiken. Wat me brengt bij John Asbhery, van wie ik het gedicht Meaningful Love vertaalde.

Zinvolle liefde

Wat het slechte nieuws was
werd voor ons te laat zichtbaar
om er nog iets goeds mee te doen.

Ik kreeg geen noodzakelijke dromen aangeboden,
had geen naam of iets anders nodig.
Voor alles was verzorgd.

In de middelgrote stad van mijn bewustzijn
bouwen woelmuizen reuzen.
Daar is de blauwe kamer.

Hij zette geen voelsprieten uit.
Elke dag was hetzelfde voor hem.
Op sommige dagen verlaat hij zijn kamer nooit
en dat zijn de beste dagen,
verreweg.

Er waren sombere tuinen verder de helling af,
mierenhopen die eruitzagen alsof ze daar hoorden.
De worsten waren niet gaar,
de wijn te koud, het brood vloeibaar.
Wie vroeg om truien mee te brengen?
Het klimaat is niet zo betrouwbaar.

De Atlantische Oceaan kroop langzaam naar links
zette een bericht vast op het losse gouden haar van slapende maagden,
een list voor de volgende keer,

waar vuur en water hoogtij vieren in de straten,
de poort gesloten – geen bezoekers vandaag
of een duidelijke hartslag.

Ik heb het sprookjesboek weggedaan,
mijn oude auto verpand, een kaartje gekocht voor het spookhuis
was terug om zes uur,
nadenkend over ‘mogelijke bijwerkingen’.

Het kon toen geen kwaad om lief te hebben,
of om goed te doen. Maar liefde was van knechten houden
of bazen. Er gaat geen rechte weg vanuit.
Bladeren rond de deur zijn opgetekende verliezen.
Twintig jaar om het te repareren.
Asters bloeien op een of andere manier.

het origineel van John Ashbery

Meaningful Love

What the bad news was
became apparent too late
for us to do anything good about it.

I was offered no urgent dreaming,
didn’t need a name or anything.
Everything was taken care of.

In the medium-size city of my awareness
voles are building colossi.
The blue room is over there.

He put out no feelers.
The day was all as one to him.
Some days he never leaves his room
and those are the best days,
by far.

There were morose gardens farther down the slope,
anthills that looked like they belonged there.
The sausages were undercooked,
the wine too cold, the bread molten.
Who said to bring sweaters?
The climate’s not that dependable.

The Atlantic crawled slowly to the left
pinning a message on the unbound golden hair of sleeping
maidens,
a ruse for next time,

where fire and water are rampant in the streets,
the gate closed—no visitors today
or any evident heartbeat.

I got rid of the book of fairy tales,
pawned my old car, bought a ticket to the funhouse,
found myself back here at six o’clock,
pondering “possible side effects.”

There was no harm in loving then,
no certain good either. But love was loving servants
or bosses. No straight road issuing from it.
Leaves around the door are penciled losses.
Twenty years to fix it.
Asters bloom one way or another.

Vandaag werd ik in de supermarkt vier keer geduwd door mensen die er per se langs moesten. Vier keer in de twee minuten die ik er was; drie keer door vrouwen. Roos gaf onlangs een dineetje voor twee collega’s. Ze heeft daarna met ze gewerkt, maar een bedankje moet nog komen. En nee, het hoeft niet, maar het is wel zo aardig. Ik houd zelf wel eens een deur open voor iemand met de handen vol, til een zware koffer uit de trein en heb andere vriendelijke gebaren in petto. Maar, las ik in de NRC van zaterdag, dat riekt naar seksisme. Vrouwen redden zich prima, hebben die helpende mannenhand niet nodig, trekken hun jas zelf wel aan en betalen hun deel van de maaltijd. Het punt is dat ik dat gedrag niet opdring. Ik vraag gewoon of ik kan helpen en doe niets als een reactie uitblijft. Toch wordt dat niet door iedereen gewaardeerd.

Deze week startte Sire een campagne tegen onbeschoft gedrag. De stichting wil dat we lief zijn voor elkaar en niet steeds bumperkleven, voordringen of schelden op sociale media. ‘Het is niet dat Nederlanders allemaal onaardig zijn’, zegt de Sire-directeur in de Volkskrant, ‘maar er is hier wel veel onaardig gedrag’. Diezelfde Sire startte ook in 2005 een campagne tegen asociaal gedrag. Het enige verschil met toen is dat we nu meer middelen hebben om asociaal te zijn.

Vraagt de verkoopster van American Vintage bij het afrekenen (een broek voor mij een een blouse voor Roos) of we leuk een dagje Amsterdam doen. Hee hallo, zien wij er uit als plattelanders? Ik zeg nog dat we gewoon in Amsterdam wonen, maar vermoed dat we haar niet overtuigen. Het stigma is gezet.

Hockney gezien in het Van Gogh Museum: The Joy of Nature. Ik hoopte vergelijkingen te zien tussen beide schilders, de een naast de ander, zoals het museum vaak zo fraai doet. Maar met de enormiteit van Hockneys werk vallen de weinige Van Goghs bijna in het niet. Het is gewoon een Hockney-tentoonstelling en ik ben niet erg onder de indruk. Ja, het is kleurrijk, het is groots, maar ook simpel. Een doek is dan zogezegd krachtig neergezet, maar ik zie een grote lik verf. Of helemaal niet. Hockney schildert ook op de iPad en drukt dat dan af op groot formaat. Snap ik niet, maar misschien is het de enige manier om het werk te verkopen. Ook Roos kan niet achter zijn aantrekkingskracht komen, probeert het nog met speels, energiek…